BWBR0010706
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 4a
Warenwetregeling Gehakt vlees en vleesbereidingen
1. Indien 15 dagen nadat de bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat in een werkplaats de in bijlage 1en bijlage 2bedoelde richtsnoeren bij herhaling niet worden nageleefd, de uit die werkplaats afkomstige waren nog steeds niet voldoen aan deze richtsnoeren, dan:
a. neemt de bevoegde autoriteit alle passende maatregelen om de geconstateerde tekortkomingen te verhelpen;
b. schrijft de bevoegde autoriteit in voorkomend geval voor dat de desbetreffende waren een warmtebehandeling ondergaan;
c. schort de bevoegde autoriteit de erkenning van die werkplaats op, indien de onder a en b bedoelde maatregelen niet toereikend zijn.
2. Indien de bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat in een werkplaats sprake is van overtreding van de hygiënevoorschriften van deze regeling, dan:
a. kan de bevoegde autoriteit ingrijpen in het gebruik van apparatuur of lokalen, en alle nodige maatregelen treffen waaronder het verlagen van het productietempo of het tijdelijk stilleggen van het productieproces;
b. schort de bevoegde autoriteit de erkenning tijdelijk op, indien de onder a, of de in artikel 4, eerste lid, onder f, bedoelde maatregelen onvoldoende zijn gebleken om de situatie te verbeteren;
c. trekt de bevoegde autoriteit de erkenning in, indien de exploitant of de beheerder van de inrichting de geconstateerde gebreken niet binnen de door de bevoegde autoriteit vastgestelde termijn herstelt.
a. neemt de bevoegde autoriteit alle passende maatregelen om de geconstateerde tekortkomingen te verhelpen;
b. schrijft de bevoegde autoriteit in voorkomend geval voor dat de desbetreffende waren een warmtebehandeling ondergaan;
c. schort de bevoegde autoriteit de erkenning van die werkplaats op, indien de onder a en b bedoelde maatregelen niet toereikend zijn.
2. Indien de bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat in een werkplaats sprake is van overtreding van de hygiënevoorschriften van deze regeling, dan:
a. kan de bevoegde autoriteit ingrijpen in het gebruik van apparatuur of lokalen, en alle nodige maatregelen treffen waaronder het verlagen van het productietempo of het tijdelijk stilleggen van het productieproces;
b. schort de bevoegde autoriteit de erkenning tijdelijk op, indien de onder a, of de in artikel 4, eerste lid, onder f, bedoelde maatregelen onvoldoende zijn gebleken om de situatie te verbeteren;
c. trekt de bevoegde autoriteit de erkenning in, indien de exploitant of de beheerder van de inrichting de geconstateerde gebreken niet binnen de door de bevoegde autoriteit vastgestelde termijn herstelt.