BWBR0010650
Geldig vanaf 1999-08-26
Artikel 2
Beleidsregels aanwijzing netbeheerders
1. Bij het gebruik van de instemmingsbevoegdheid worden onder meer de in het tweede tot en met het vijfde lid genoemde eisen gesteld.
2. Indien tussen de neteigenaar en de aangewezen netbeheerder is overeengekomen dat de netbeheerder aan de neteigenaar een vergoeding verschuldigd is voor het gebruik van het net of voor de overdracht van de economische eigendom ervan, mag de vergoeding niet leiden tot hogere kosten van netbeheer en tot minder transparantie dan het geval zou zijn indien de aangewezen netbeheerder de eigendom van het net zou hebben. Bij de overeenkomst dient te zijn bepaald dat de hoogte van de gebruiksvergoeding zo nodig in overeenstemming wordt gebracht met de uitgangspunten en berekeningsmethoden welke door de directeur van de dienst zullen worden gehanteerd in het kader van de tariefvaststelling krachtens artikel 27a van de wet. Geen beperking mag zijn of worden opgelegd aan de bevoegdheid van de netbeheerder werkzaamheden ter uitvoering van de beheerstaak door een ander dan de neteigenaar te laten verrichten.
3. Indien tussen de neteigenaar en de aangewezen netbeheerder is overeengekomen dat de neteigenaar werkzaamheden ter uitvoering van de beheerstaak verricht, moet de overeengekomen duur van die werkzaamheden beperkt zijn tot uiterlijk 31 december 2000, onverlet de mogelijkheid om, nadat de instemming is verleend, met inachtneming van de aan de instemming verbonden voorschriften na 1 januari 2001 werkzaamheden te verrichten.
4. Indien tussen de neteigenaar en de aangewezen netbeheerder is overeengekomen dat de neteigenaar werkzaamheden ter uitvoering van de beheerstaak verricht, mogen deze werkzaamheden niet omvatten de regel- en schakelfuncties zoals die verricht worden door de regelkamer, met uitzondering van schakelhandelingen die onder directe leiding van de netbeheerder worden verricht in het kader van onderhoud en het verhelpen van kleine storingen.
5. De aangewezen netbeheerder moet over voldoende eigen financiële middelen of over andere financieringsmogelijkheden beschikken voor het doen van voor het netbeheer noodzakelijke uitgaven, waaronder investeringen in aanleg, herstel, vernieuwing en uitbreiding van het net als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet. Indien tussen de neteigenaar en de aangewezen netbeheerder is overeengekomen dat de financieringsmogelijkheden door een ander dan de aangewezen netbeheerder worden geboden, dient de overeenkomst te bepalen dat de aangewezen netbeheerder de financieringsmogelijkheden onafhankelijk van het oordeel van de neteigenaar mag gebruiken.
2. Indien tussen de neteigenaar en de aangewezen netbeheerder is overeengekomen dat de netbeheerder aan de neteigenaar een vergoeding verschuldigd is voor het gebruik van het net of voor de overdracht van de economische eigendom ervan, mag de vergoeding niet leiden tot hogere kosten van netbeheer en tot minder transparantie dan het geval zou zijn indien de aangewezen netbeheerder de eigendom van het net zou hebben. Bij de overeenkomst dient te zijn bepaald dat de hoogte van de gebruiksvergoeding zo nodig in overeenstemming wordt gebracht met de uitgangspunten en berekeningsmethoden welke door de directeur van de dienst zullen worden gehanteerd in het kader van de tariefvaststelling krachtens artikel 27a van de wet. Geen beperking mag zijn of worden opgelegd aan de bevoegdheid van de netbeheerder werkzaamheden ter uitvoering van de beheerstaak door een ander dan de neteigenaar te laten verrichten.
3. Indien tussen de neteigenaar en de aangewezen netbeheerder is overeengekomen dat de neteigenaar werkzaamheden ter uitvoering van de beheerstaak verricht, moet de overeengekomen duur van die werkzaamheden beperkt zijn tot uiterlijk 31 december 2000, onverlet de mogelijkheid om, nadat de instemming is verleend, met inachtneming van de aan de instemming verbonden voorschriften na 1 januari 2001 werkzaamheden te verrichten.
4. Indien tussen de neteigenaar en de aangewezen netbeheerder is overeengekomen dat de neteigenaar werkzaamheden ter uitvoering van de beheerstaak verricht, mogen deze werkzaamheden niet omvatten de regel- en schakelfuncties zoals die verricht worden door de regelkamer, met uitzondering van schakelhandelingen die onder directe leiding van de netbeheerder worden verricht in het kader van onderhoud en het verhelpen van kleine storingen.
5. De aangewezen netbeheerder moet over voldoende eigen financiële middelen of over andere financieringsmogelijkheden beschikken voor het doen van voor het netbeheer noodzakelijke uitgaven, waaronder investeringen in aanleg, herstel, vernieuwing en uitbreiding van het net als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet. Indien tussen de neteigenaar en de aangewezen netbeheerder is overeengekomen dat de financieringsmogelijkheden door een ander dan de aangewezen netbeheerder worden geboden, dient de overeenkomst te bepalen dat de aangewezen netbeheerder de financieringsmogelijkheden onafhankelijk van het oordeel van de neteigenaar mag gebruiken.