BWBR0010647
Geldig vanaf 1999-08-14
Artikel 5
Subsidieplafonds en beleidsvoornemens voor subsidiëring Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking
1. Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken is het subsidieplafond geldend voor het jaar 1999 als volgt:
a. voor het Landenprogramma met betrekking tot kinderen en ontwikkeling is het subsidieplafond opgeheven;
b. voor bestrijding van kinderarbeid is het subsidieplafond opgeheven;
c. voor het Landenprogramma met betrekking tot maatschappelijke ontwikkeling is het subsidieplafond opgeheven;
d. voor Institutionele ontwikkeling: f 0.
2. Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.4.1, onderdeel c, van de regeling geldt ten aanzien van subsidiëring van activiteiten gericht op bestrijding van kinderarbeid het in bijlage 1bij dit besluit opgenomen beleidsvoornemen.
a. voor het Landenprogramma met betrekking tot kinderen en ontwikkeling is het subsidieplafond opgeheven;
b. voor bestrijding van kinderarbeid is het subsidieplafond opgeheven;
c. voor het Landenprogramma met betrekking tot maatschappelijke ontwikkeling is het subsidieplafond opgeheven;
d. voor Institutionele ontwikkeling: f 0.
2. Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.4.1, onderdeel c, van de regeling geldt ten aanzien van subsidiëring van activiteiten gericht op bestrijding van kinderarbeid het in bijlage 1bij dit besluit opgenomen beleidsvoornemen.