BWBR0010646
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 6.1.7
Uitvoeringsbesluit WEB
1. Indien een instelling de gegevens en de verklaring, bedoeld in artikel 2.2.5, eerste lid, ten behoeve van de bekostiging voor het kalenderjaar 2019 niet tijdig indient, kan Onze Minister, in afwijking van artikel 2.2.5, de rijksbijdrage voor het kalenderjaar 2019 en, in afwijking van artikel 6.1.6de overgangsbekostiging voor de kalenderjaren 2019, 2020 en 2022 voor deze instelling voorlopig vaststellen met gebruik van de gegevens van het kalenderjaar 2016, respectievelijk het studiejaar 2016-2017.
2. De instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen uiterlijk 1 november 2018 de gegevens, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007625/artikel/2.5.5a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.5.5a, tweede lid, onderdelen a, b, c, d, h, i, l, m en n, van de wet</a>, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, in bij Onze Minister.
3. Indien toepassing van de artikelen 2.2.2, 2.2.3en 6.1.6met gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, leidt tot een lagere rijksbijdrage of overgangsbekostiging dan vastgesteld op grond van het eerste lid, wordt die lagere rijksbijdrage of overgangsbekostiging vastgesteld. Gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, leidt in geen geval tot een hogere rijksbijdrage of overgangsbekostiging dan vastgesteld op grond van het eerste lid.
2. De instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen uiterlijk 1 november 2018 de gegevens, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007625/artikel/2.5.5a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.5.5a, tweede lid, onderdelen a, b, c, d, h, i, l, m en n, van de wet</a>, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, in bij Onze Minister.
3. Indien toepassing van de artikelen 2.2.2, 2.2.3en 6.1.6met gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, leidt tot een lagere rijksbijdrage of overgangsbekostiging dan vastgesteld op grond van het eerste lid, wordt die lagere rijksbijdrage of overgangsbekostiging vastgesteld. Gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, leidt in geen geval tot een hogere rijksbijdrage of overgangsbekostiging dan vastgesteld op grond van het eerste lid.