BWBR0010629
Geldig vanaf 2015-05-22
Artikel 13
Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart
1. Onze Minister geeft nadere regels met betrekking tot de erkenning en registratie van een opleidingsinstelling. Deze regels omvatten in ieder geval bepalingen betreffende:
a. de bij de aanvraag in te dienen gegevens;
b. eisen inzake de opleiding;
c. de afgifte, geldigheidsduur, intrekking en wijziging.
2. Onze Minister stelt de tarieven vast, volgens welke de kosten, bedoeld in artikel 2.9, vierde lid, van de wetworden vergoed.
3. Onze Minister geeft nadere regels met betrekking tot de kwalificatie van STD's. Deze regels omvatten in ieder geval bepalingen betreffende:
a. de bij de aanvraag in te dienen gegevens;
b. het onderscheid in eisen naar niveau;
c. de afgifte, geldigheidsduur, verlenging, schorsing, intrekking en wijziging.
4. Onze Minister kan entiteiten aanwijzen, als bedoeld in de volgende onderdelen van de Bijlage bij de uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947:
a. Deel A, UAS.OPEN.020 UAS-vluchtuitvoeringen in subcategorie A1, sub 4, onder b;
b. Deel A, UAS.OPEN.030 UAS-vluchtuitvoeringen in subcategorie A2, sub 2;
c. Deel B, UAS.SPEC.050 verantwoordelijkheden van de UAS-exploitant, sub 1, onder d. iii;
d. Aanhangsel 1, hoofdstuk I, UAS.STS-01.020 UAS-vluchtuitvoeringen in STS-01, sub 1, onder e. i;
e. Aanhangsel 1, hoofdstuk II, UAS.STS-02.020 UAS-vluchtuitvoeringen in STS-02, sub 9, onder b.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanwijzing van entiteiten als bedoeld in het vierde lid.
a. de bij de aanvraag in te dienen gegevens;
b. eisen inzake de opleiding;
c. de afgifte, geldigheidsduur, intrekking en wijziging.
2. Onze Minister stelt de tarieven vast, volgens welke de kosten, bedoeld in artikel 2.9, vierde lid, van de wetworden vergoed.
3. Onze Minister geeft nadere regels met betrekking tot de kwalificatie van STD's. Deze regels omvatten in ieder geval bepalingen betreffende:
a. de bij de aanvraag in te dienen gegevens;
b. het onderscheid in eisen naar niveau;
c. de afgifte, geldigheidsduur, verlenging, schorsing, intrekking en wijziging.
4. Onze Minister kan entiteiten aanwijzen, als bedoeld in de volgende onderdelen van de Bijlage bij de uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947:
a. Deel A, UAS.OPEN.020 UAS-vluchtuitvoeringen in subcategorie A1, sub 4, onder b;
b. Deel A, UAS.OPEN.030 UAS-vluchtuitvoeringen in subcategorie A2, sub 2;
c. Deel B, UAS.SPEC.050 verantwoordelijkheden van de UAS-exploitant, sub 1, onder d. iii;
d. Aanhangsel 1, hoofdstuk I, UAS.STS-01.020 UAS-vluchtuitvoeringen in STS-01, sub 1, onder e. i;
e. Aanhangsel 1, hoofdstuk II, UAS.STS-02.020 UAS-vluchtuitvoeringen in STS-02, sub 9, onder b.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanwijzing van entiteiten als bedoeld in het vierde lid.