BWBR0010622
Geldig vanaf 1999-08-01
Artikel 6
Regeling bekostiging praktijkleren AOC
1. In afwijking van artikel 3, tweede lid, wordt de bijdrage voor de periode van 1 augustus 1999 tot en met 31 december 1999, voor de jaren 2000 en 2001 berekend overeenkomstig het tweede, derde onderscheidenlijk het vierde lid.
2. De bijdrage voor een AOC voor de periode van 1 augustus 1999 tot en met 31 december 1999 wordt berekend door het budget, bedoeld in artikel 2, te delen door het totale aantal deelnemers aan de beroepsopleidende en de beroepsbegeleidende leerweg van alle AOC’s gezamenlijk, en daarna te vermenigvuldigen met het aantal ingeschreven deelnemers in het eerste verblijfsjaar van de beroepsopleidende en beroepsbegeleidende leerweg van een AOC op 1 oktober 1998 en vervolgens te vermenigvuldigen met vijf twaalfde.
3. De bijdrage voor het jaar 2000 wordt berekend door het budget, bedoeld in artikel 2, te delen door het totale aantal ingeschreven deelnemers aan de beroepsopleidende en de beroepsbegeleidende leerweg van alle AOC’s gezamenlijk op 1 oktober 1999, en daarna te vermenigvuldigen met het aantal ingeschreven deelnemers in het eerste verblijfsjaar en voor het tweede verblijfsjaar te rekenen vanaf 1 augustus 1999 van de beroepsopleidende en beroepsbegeleidende leerweg van een AOC op 1 oktober 1999.
4. De bijdrage voor het jaar 2001 wordt berekend door het budget, bedoeld in artikel 2, te delen door het totale aantal ingeschreven deelnemers aan de beroepsopleidende en de beroepsbegeleidende leerweg van alle AOC's gezamenlijk op 1 oktober 2000, en daarna te vermenigvuldigen met het aantal ingeschreven deelnemers in het eerste en tweede verblijfsjaar en voor de overige verblijfsjaren te rekenen vanaf 1 augustus 2000 van de beroepsopleidende en beroepsbegeleidende leerweg van een AOC op 1 oktober 2000.
2. De bijdrage voor een AOC voor de periode van 1 augustus 1999 tot en met 31 december 1999 wordt berekend door het budget, bedoeld in artikel 2, te delen door het totale aantal deelnemers aan de beroepsopleidende en de beroepsbegeleidende leerweg van alle AOC’s gezamenlijk, en daarna te vermenigvuldigen met het aantal ingeschreven deelnemers in het eerste verblijfsjaar van de beroepsopleidende en beroepsbegeleidende leerweg van een AOC op 1 oktober 1998 en vervolgens te vermenigvuldigen met vijf twaalfde.
3. De bijdrage voor het jaar 2000 wordt berekend door het budget, bedoeld in artikel 2, te delen door het totale aantal ingeschreven deelnemers aan de beroepsopleidende en de beroepsbegeleidende leerweg van alle AOC’s gezamenlijk op 1 oktober 1999, en daarna te vermenigvuldigen met het aantal ingeschreven deelnemers in het eerste verblijfsjaar en voor het tweede verblijfsjaar te rekenen vanaf 1 augustus 1999 van de beroepsopleidende en beroepsbegeleidende leerweg van een AOC op 1 oktober 1999.
4. De bijdrage voor het jaar 2001 wordt berekend door het budget, bedoeld in artikel 2, te delen door het totale aantal ingeschreven deelnemers aan de beroepsopleidende en de beroepsbegeleidende leerweg van alle AOC's gezamenlijk op 1 oktober 2000, en daarna te vermenigvuldigen met het aantal ingeschreven deelnemers in het eerste en tweede verblijfsjaar en voor de overige verblijfsjaren te rekenen vanaf 1 augustus 2000 van de beroepsopleidende en beroepsbegeleidende leerweg van een AOC op 1 oktober 2000.