BWBR0010614
Geldig vanaf 1999-07-21
Artikel 3
Regeling eenmalige aanvullende vergoeding millenniumbijdrage 1999
De aanvullende vergoeding bedraagt voor:
a. een AOC: f 14.275,- vermeerderd met een voor een AOC evenredig gedeelte van f 575.825,- gerelateerd aan de omvang van de rijksbijdrage voor het jaar 1998 van een AOC, of indien een AOC een of meer rechtsvoorgangers had, van de rechtsvoorganger of rechtsvoorgangers van een AOC;
b. een IPC: f 30.000,- vermeerderd met een voor een IPC evenredig gedeelte van f 150.000,- gerelateerd aan de omvang van de rijksbijdrage voor het jaar 1998 van een IPC, of indien een IPC in 1998 een of meer rechtsvoorgangers had, van de rechtsvoorganger of rechtsvoorgangers van een IPC;
c. het landelijk orgaan: f 35.000,-.
a. een AOC: f 14.275,- vermeerderd met een voor een AOC evenredig gedeelte van f 575.825,- gerelateerd aan de omvang van de rijksbijdrage voor het jaar 1998 van een AOC, of indien een AOC een of meer rechtsvoorgangers had, van de rechtsvoorganger of rechtsvoorgangers van een AOC;
b. een IPC: f 30.000,- vermeerderd met een voor een IPC evenredig gedeelte van f 150.000,- gerelateerd aan de omvang van de rijksbijdrage voor het jaar 1998 van een IPC, of indien een IPC in 1998 een of meer rechtsvoorgangers had, van de rechtsvoorganger of rechtsvoorgangers van een IPC;
c. het landelijk orgaan: f 35.000,-.