Het bepaalde bij en krachtens artikel 26 van de Wet stimulering zeescheepvaart blijft van toepassing ten behoeve van het toezicht op de naleving van de op grond van artikel IIvan toepassing blijvende bepalingen, met dien verstande dat de toezichthouders niet beschikken over de bevoegdheden, genoemd in de
artikelen 5:15en
5:17 tot en met 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.