BWBR0010583
Geldig vanaf 1999-07-17
Artikel 14
Regeling subsidies voortgezet onderwijs
Voorafgaande instemming van de minister is vereist met:
a. het aangaan van huur- of koopovereenkomsten die leiden tot een jaarlijkse last van meer dan € 25.000,–,
b. het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten die rechtstreeks of middellijk voortvloeien uit activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt,
c. het aangaan van meerjarige verplichtingen in het kader van een automatiseringsproject,
d. rechtshandelingen die in het lopende begrotingsjaar of in de daarop volgende begrotingsjaren tot een aanmerkelijke niet in de begroting of meerjarenraming voorziene lastenstijging of inkomensvermindering kunnen leiden, of
e. het gebruik van diensten van derden voor het verrichten van activiteiten waarvoor subsidie verleend is, indien daarmee een belang is gemoeid dat meer bedraagt dan 50% van het subsidiebedrag.
a. het aangaan van huur- of koopovereenkomsten die leiden tot een jaarlijkse last van meer dan € 25.000,–,
b. het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten die rechtstreeks of middellijk voortvloeien uit activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt,
c. het aangaan van meerjarige verplichtingen in het kader van een automatiseringsproject,
d. rechtshandelingen die in het lopende begrotingsjaar of in de daarop volgende begrotingsjaren tot een aanmerkelijke niet in de begroting of meerjarenraming voorziene lastenstijging of inkomensvermindering kunnen leiden, of
e. het gebruik van diensten van derden voor het verrichten van activiteiten waarvoor subsidie verleend is, indien daarmee een belang is gemoeid dat meer bedraagt dan 50% van het subsidiebedrag.