BWBR0010544
Geldig vanaf 2003-03-18
Artikel 8a
Subsidieregeling sanering loden drinkwaterleidingen
1. Onverminderd artikel 2kan de minister eenmalig per woning ten gunste van de subsidieaanvrager subsidie vaststellen ter zake van voor 1 januari 1999 uitgevoerde saneringen waarvoor een eerdere aanvraag tot subsidieverlening voor vervanging van de loden drinkwaterleiding, wegens het ontoereikend zijn van in het kader van de Tijdelijke stimuleringsregeling duurzaam bouwen beschikbaar gestelde financiële middelen, is afgewezen.
2. Artikel 8, tweede lid, is van toepassing.
3. Een aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in het eerste lid kan uitsluitend worden ingediend door degene voor wiens rekening de sanering als bedoeld in het eerste lid, voor 1 januari 1999 is uitgevoerd.
4. De subsidieaanvrager maakt bij de aanvraag tot subsidievaststelling aannemelijk dat hij voor 1 januari 1999 een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, heeft ingediend en dat deze aanvraag is afgewezen wegens het ontoereikend zijn van in het kader van de Tijdelijke stimuleringsregeling duurzaam bouwen beschikbaar gestelde financiële middelen.
5. Een aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in het eerste lid, kan tot en met 31 juli 2001 bij de minister worden ingediend met gebruikmaking van een door de minister daartoe beschikbaar gesteld formulier. Een aanvraag tot subsidievaststelling kan slechts na afloop van de sanering worden ingediend.
2. Artikel 8, tweede lid, is van toepassing.
3. Een aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in het eerste lid kan uitsluitend worden ingediend door degene voor wiens rekening de sanering als bedoeld in het eerste lid, voor 1 januari 1999 is uitgevoerd.
4. De subsidieaanvrager maakt bij de aanvraag tot subsidievaststelling aannemelijk dat hij voor 1 januari 1999 een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, heeft ingediend en dat deze aanvraag is afgewezen wegens het ontoereikend zijn van in het kader van de Tijdelijke stimuleringsregeling duurzaam bouwen beschikbaar gestelde financiële middelen.
5. Een aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in het eerste lid, kan tot en met 31 juli 2001 bij de minister worden ingediend met gebruikmaking van een door de minister daartoe beschikbaar gesteld formulier. Een aanvraag tot subsidievaststelling kan slechts na afloop van de sanering worden ingediend.