BWBR0010532
Geldig vanaf 1999-07-10
Artikel 4
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften belastingverdrag Nederland-Denemarken 1996
1. Een lichaam, dat aan een lichaam dat inwoner van Denemarken is en dat onmiddellijk ten minste 10 percent bezit van het kapitaal van het eerstbedoelde lichaam, dividenden betaalt die ingevolge artikel 10, derde lid, van het Verdrag vrijgesteld zijn van dividendbelasting, kan bij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied het is gevestigd, het verzoek indienen ontslagen te worden van de verplichting tot inhouding van die belasting.
2. In het verzoek wordt vermeld:
a. de naam, de plaats van vestiging en het adres van het in het eerste lid bedoelde Deense lichaam;
b. het bedrag van het geplaatste en gestorte kapitaal van het Nederlandse lichaam;
c. het gedeelte van dat kapitaal dat het in het eerste lid bedoelde Deense lichaam onmiddellijk bezit.
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam zolang:
het lichaam inwoner van Denemarken blijft, en
het lichaam onmiddellijk 10 percent van het geplaatste en gestorte kapitaal van het Nederlandse lichaam blijft bezitten.
De bestuurder van de Nederlandse vennootschap, aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan vorenbedoelde inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.
2. In het verzoek wordt vermeld:
a. de naam, de plaats van vestiging en het adres van het in het eerste lid bedoelde Deense lichaam;
b. het bedrag van het geplaatste en gestorte kapitaal van het Nederlandse lichaam;
c. het gedeelte van dat kapitaal dat het in het eerste lid bedoelde Deense lichaam onmiddellijk bezit.
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam zolang:
het lichaam inwoner van Denemarken blijft, en
het lichaam onmiddellijk 10 percent van het geplaatste en gestorte kapitaal van het Nederlandse lichaam blijft bezitten.
De bestuurder van de Nederlandse vennootschap, aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan vorenbedoelde inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.