BWBR0010485
Geldig vanaf 1999-06-19
Artikel 6
Regeling aanpassing landelijk gemiddelde personeelslastbedragen in verband met de ZKOO-uitkering en de CAO 1999 - 2000
1. Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 128.799,76
• schoolsoortgroep 2: ƒ 153.723,56
• schoolsoortgroep 3: ƒ 152.082,72
• schoolsoortgroep 4: ƒ 147.727,96
2. De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule:
cf x ggl + c.
Daarbij is:
cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt.
Deze bedraagt voor:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 1.845,66
• schoolsoortgroep 2: ƒ 2.729,78
• schoolsoortgroep 3: ƒ 2.333,06
• schoolsoortgroep 4: ƒ 2.014,13
ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 6 maart 1999, VO/FB-1999/4987 (OCenW-Regelingen 1999, 8 en 9)
c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet.
Deze bedraagt voor:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 18.477,87
• schoolsoortgroep 2: ƒ 3.128,10
• schoolsoortgroep 3: ƒ 14.020,03
• schoolsoortgroep 4: ƒ 17.825,64
3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 66.156,12 ongeacht de schoolsoortgroep.
• schoolsoortgroep 1: ƒ 128.799,76
• schoolsoortgroep 2: ƒ 153.723,56
• schoolsoortgroep 3: ƒ 152.082,72
• schoolsoortgroep 4: ƒ 147.727,96
2. De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule:
cf x ggl + c.
Daarbij is:
cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt.
Deze bedraagt voor:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 1.845,66
• schoolsoortgroep 2: ƒ 2.729,78
• schoolsoortgroep 3: ƒ 2.333,06
• schoolsoortgroep 4: ƒ 2.014,13
ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 6 maart 1999, VO/FB-1999/4987 (OCenW-Regelingen 1999, 8 en 9)
c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet.
Deze bedraagt voor:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 18.477,87
• schoolsoortgroep 2: ƒ 3.128,10
• schoolsoortgroep 3: ƒ 14.020,03
• schoolsoortgroep 4: ƒ 17.825,64
3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 66.156,12 ongeacht de schoolsoortgroep.