BWBR0010388
Geldig vanaf 2023-06-28
Artikel 57
Wet op het notarisambt
1. Er zijn één of meer door Onze Minister aan te wijzen algemene bewaarplaatsen van protocollen.
2. Het bestuur van de KNB benoemt uit de notarissen die in het arrondissement waarbinnen zich de algemene bewaarplaats bevindt hun plaats van vestiging hebben een bewaarder en een plaatsvervangend bewaarder. Deze benoemingen geschieden voor de tijd van vijf jaar en kunnen telkens met dezelfde termijn worden verlengd.
3. De bewaarder en de plaatsvervangend bewaarder hebben ten aanzien van de zich in de algemene bewaarplaats bevindende protocollen dezelfde bevoegdheden en verplichtingen als een notaris.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0007376/artikel/41" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 41, eerste lid, onder b, van de Archiefwet 1995</a>is Onze Minister zorgdrager van de zich in de algemene bewaarplaats bevindende archiefbescheiden, voorzover deze niet zijn overgebracht naar een rijksarchiefbewaarplaats.
5. Bij verordening kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de taken en bevoegdheden van de bewaarder en plaatsvervangend bewaarder.
2. Het bestuur van de KNB benoemt uit de notarissen die in het arrondissement waarbinnen zich de algemene bewaarplaats bevindt hun plaats van vestiging hebben een bewaarder en een plaatsvervangend bewaarder. Deze benoemingen geschieden voor de tijd van vijf jaar en kunnen telkens met dezelfde termijn worden verlengd.
3. De bewaarder en de plaatsvervangend bewaarder hebben ten aanzien van de zich in de algemene bewaarplaats bevindende protocollen dezelfde bevoegdheden en verplichtingen als een notaris.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0007376/artikel/41" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 41, eerste lid, onder b, van de Archiefwet 1995</a>is Onze Minister zorgdrager van de zich in de algemene bewaarplaats bevindende archiefbescheiden, voorzover deze niet zijn overgebracht naar een rijksarchiefbewaarplaats.
5. Bij verordening kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de taken en bevoegdheden van de bewaarder en plaatsvervangend bewaarder.