BWBR0010386
Geldig vanaf 1999-04-23
Artikel 5
Besluit bloedproducten
1. Bloedproducten mogen door de houder van een krachtens artikel 2, eerste lid, onder d, van de wetverleende vergunning, naast de in die bepaling bedoelde personen, ook worden afgeleverd aan:
a. instellingen, voor zover zij die producten nodig hebben voor de uitvoering van bij ministeriële regeling aangewezen nationale programma's, gericht op de preventie van ziekten;
b. de bij ministeriële regeling krachtens artikel 26 van de Quarantainewet aangewezen instellingen, voor zover zij die producten nodig hebben ten behoeve van vaccinatie tegen exotische ziekten of ten behoeve van vaccinatie van risicogroepen tegen besmettelijke ziekten.
2. De instellingen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, bewaren en behandelen de betrokken farmaceutische producten deugdelijk. Zij voeren een inzichtelijke administratie waarin is aangegeven op welk tijdstip de bloedproducten in voorraad zijn genomen, alsmede aan wie en op welke datum zij zijn toegediend. Zij dragen ervoor dat een apotheker die van zijn bevoegdheden gebruik mag maken, toezicht houdt.
3. Antirhesus D immunoglobuline mag door de houder van een krachtens artikel 2, eerste lid, onder d, van de wetverleende vergunning worden afgeleverd aan artsen en verloskundigen voor zover zij dat product nodig hebben voor de uitvoering van de bij ministeriële regeling aangewezen nationale programma's, gericht op de preventie van ziekten. Het tweede lid, eerste en tweede volzin, is ten aanzien van de betrokken artsen en verloskundigen van overeenkomstige toepassing.
a. instellingen, voor zover zij die producten nodig hebben voor de uitvoering van bij ministeriële regeling aangewezen nationale programma's, gericht op de preventie van ziekten;
b. de bij ministeriële regeling krachtens artikel 26 van de Quarantainewet aangewezen instellingen, voor zover zij die producten nodig hebben ten behoeve van vaccinatie tegen exotische ziekten of ten behoeve van vaccinatie van risicogroepen tegen besmettelijke ziekten.
2. De instellingen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, bewaren en behandelen de betrokken farmaceutische producten deugdelijk. Zij voeren een inzichtelijke administratie waarin is aangegeven op welk tijdstip de bloedproducten in voorraad zijn genomen, alsmede aan wie en op welke datum zij zijn toegediend. Zij dragen ervoor dat een apotheker die van zijn bevoegdheden gebruik mag maken, toezicht houdt.
3. Antirhesus D immunoglobuline mag door de houder van een krachtens artikel 2, eerste lid, onder d, van de wetverleende vergunning worden afgeleverd aan artsen en verloskundigen voor zover zij dat product nodig hebben voor de uitvoering van de bij ministeriële regeling aangewezen nationale programma's, gericht op de preventie van ziekten. Het tweede lid, eerste en tweede volzin, is ten aanzien van de betrokken artsen en verloskundigen van overeenkomstige toepassing.