BWBR0010369
Geldig vanaf 1999-04-09
Artikel 4
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften belastingovereenkomst Nederland-Venezuela
1. Een lichaam, dat aan een lichaam dat inwoner van Venezuela is en dat onmiddellijk ten minste 25 percent bezit van het kapitaal van het eerstbedoelde lichaam, dividenden betaalt waarop ingevolge artikel 10, derde lid, van de Overeenkomst geen dividendbelasting mag worden ingehouden of waarop ingevolge artikel I en VII van het Protocol bij de Overeenkomst niet meer dan 10 percent dividendbelasting mag worden ingehouden, kan bij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied het is gevestigd, het verzoek indienen ontslagen te worden van de verplichting tot inhouding van die belasting of ontslagen te worden van de verplichting tot inhouding van die belasting voor zover deze meer dan 10 percent bedraagt.
2. In het verzoek wordt vermeld:
a) de naam, de plaats van vestiging en het adres van het in het eerste lid bedoelde Venezolaanse lichaam;
b) in geval van een verzoek om vrijstelling van inhouding van dividendbelasting, de informatie als bedoeld in artikel 4 van het Tweede Protocol bij de Overeenkomst om aan te tonen dat de artikelen I en II van het Protocol bij de Overeenkomst niet van toepassing zijn;
c) in geval van een verzoek om vermindering van dividendbelasting tot 10 percent, de informatie om aan te tonen dat aan de voorwaarden van artikel VII van het Protocol bij de Overeenkomst wordt voldaan;
d) het bedrag van het geplaatste en gestorte kapitaal van het Nederlandse lichaam;
e) het gedeelte van dat kapitaal dat het in het eerste lid bedoelde Venezolaanse lichaam onmiddellijk bezit.
In het verzoek wordt voorts verklaard dat het kapitaal van het Venezolaanse lichaam waarop het verzoek betrekking heeft, geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld.
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam zolang:
het lichaam inwoner van Venezuela is, en
het lichaam onmiddellijk ten minste 10 percent van het geplaatste en gestorte kapitaal van het Nederlandse lichaam blijft bezitten, en
de in de laatste volzin van het tweede lid bedoelde verklaring op het Venezolaanse lichaam van toepassing blijft;
de voorwaarden zoals vermeld in artikel VII van het Protocol bij de Overeenkomst respectievelijk artikel 4 van het Tweede Protocol bij de Overeenkomst nog vervuld zijn.
De bestuurder van de Nederlandse vennootschap, aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan vorenbedoelde inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.
2. In het verzoek wordt vermeld:
a) de naam, de plaats van vestiging en het adres van het in het eerste lid bedoelde Venezolaanse lichaam;
b) in geval van een verzoek om vrijstelling van inhouding van dividendbelasting, de informatie als bedoeld in artikel 4 van het Tweede Protocol bij de Overeenkomst om aan te tonen dat de artikelen I en II van het Protocol bij de Overeenkomst niet van toepassing zijn;
c) in geval van een verzoek om vermindering van dividendbelasting tot 10 percent, de informatie om aan te tonen dat aan de voorwaarden van artikel VII van het Protocol bij de Overeenkomst wordt voldaan;
d) het bedrag van het geplaatste en gestorte kapitaal van het Nederlandse lichaam;
e) het gedeelte van dat kapitaal dat het in het eerste lid bedoelde Venezolaanse lichaam onmiddellijk bezit.
In het verzoek wordt voorts verklaard dat het kapitaal van het Venezolaanse lichaam waarop het verzoek betrekking heeft, geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld.
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam zolang:
het lichaam inwoner van Venezuela is, en
het lichaam onmiddellijk ten minste 10 percent van het geplaatste en gestorte kapitaal van het Nederlandse lichaam blijft bezitten, en
de in de laatste volzin van het tweede lid bedoelde verklaring op het Venezolaanse lichaam van toepassing blijft;
de voorwaarden zoals vermeld in artikel VII van het Protocol bij de Overeenkomst respectievelijk artikel 4 van het Tweede Protocol bij de Overeenkomst nog vervuld zijn.
De bestuurder van de Nederlandse vennootschap, aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan vorenbedoelde inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.