BWBR0010350
Geldig vanaf 1999-03-25
Artikel 4
Subsidieregeling Dagindeling
1. Op aanvragen om subsidie, die zijn ingediend vóór 1 juli 1999, 1 november 1999 onderscheidenlijk 1 november 2000, wordt vóór 1 oktober 1999, 1 februari 2000 onderscheidenlijk 1 februari 2001 gelijktijdig beslist op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen, genoemd in artikel 1.
2. Met betrekking tot aanvragen, waarop gelijktijdig wordt beslist vóór 1 oktober 1999, 1 februari 2000 onderscheidenlijk 1 februari 2001 wordt een subsidieplafond vastgesteld van fl. 14.370.000,-, fl. 23.950.000,- onderscheidenlijk fl. 9.580.000,-.
3. Bij de vergelijking wordt gelet op
de mate waarin het project bijdraagt aan voorwaarden voor het realiseren van een dagindeling die aansluit bij de behoeften van de taakcombineerder en aan het vergemakkelijken van het combineren van arbeid en zorg;
de mate waarin en de wijze waarop met anderen wordt samengewerkt en de mate van nieuwheid van de samenwerkingsvorm;
de mate waarin waarborgen zijn opgenomen voor overdraagbaarheid en verspreiding van het projectresultaat;
de mate waarin het projectresultaat kan worden ingebed in het reguliere beleid van bedrijven, instellingen en overheden;
de mate waarin het project een vernieuwend karakter heeft (originaliteit);
de mate waarin een project zich richt op meer terreinen, genoemd in artikel 1;
de spreiding van de projecten over het land, over grote steden, kleine steden en plattelandsgebieden, over grote en kleine bedrijven, en, wat de beoogde doelgroepen betreft, over taakcombineerders uit hogere en lagere inkomensgroepen en over taakcombineerders met zorgtaken voor hun kinderen en zorgtaken voor anderen.
2. Met betrekking tot aanvragen, waarop gelijktijdig wordt beslist vóór 1 oktober 1999, 1 februari 2000 onderscheidenlijk 1 februari 2001 wordt een subsidieplafond vastgesteld van fl. 14.370.000,-, fl. 23.950.000,- onderscheidenlijk fl. 9.580.000,-.
3. Bij de vergelijking wordt gelet op
de mate waarin het project bijdraagt aan voorwaarden voor het realiseren van een dagindeling die aansluit bij de behoeften van de taakcombineerder en aan het vergemakkelijken van het combineren van arbeid en zorg;
de mate waarin en de wijze waarop met anderen wordt samengewerkt en de mate van nieuwheid van de samenwerkingsvorm;
de mate waarin waarborgen zijn opgenomen voor overdraagbaarheid en verspreiding van het projectresultaat;
de mate waarin het projectresultaat kan worden ingebed in het reguliere beleid van bedrijven, instellingen en overheden;
de mate waarin het project een vernieuwend karakter heeft (originaliteit);
de mate waarin een project zich richt op meer terreinen, genoemd in artikel 1;
de spreiding van de projecten over het land, over grote steden, kleine steden en plattelandsgebieden, over grote en kleine bedrijven, en, wat de beoogde doelgroepen betreft, over taakcombineerders uit hogere en lagere inkomensgroepen en over taakcombineerders met zorgtaken voor hun kinderen en zorgtaken voor anderen.