BWBR0010298
Geldig vanaf 2007-10-25
Artikel 4
Mandaatbesluit directeur Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam
1. De directeur van GVB kan zijn mandaat bij afwezigheid laten uitoefenen door een door hem schriftelijk als zodanig aangewezen plaatsvervanger.
2. Van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk kennis gegeven aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.
2. Van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk kennis gegeven aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.