BWBR0010276
Geldig vanaf 1999-03-02
Artikel 5
Instellingsbesluit Landelijke Coördinatiecommissie Milieuwethandhaving (LCCM)
1. De voorzitter van de LCCM wordt benoemd door de Minister van Volshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, gehoord de LCCM.
2. In de LCCM hebben naast de voorzitter in ieder geval zitting leden aan te wijzen door:
a. de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
b. de minister van Justitie;
c. de minister van Landbouw Natuurbeheer en Visserij;
d. de minister van Verkeer en Waterstaat;
e. de minister van Economische Zaken;
f. de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties;
g. het Interprovinciaal Overleg;
h. de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
i. de Unie van Waterschappen;
j. de Raad van Hoofdcommissarissen;
k. het College van procureurs-generaal.
3. Over ad hoc deelname van andere dan de in het tweede lid genoemde handhavingspartners beslist de LCCM.
4. Voor elk lid van de commissie kan een vaste plaatsvervanger worden aangewezen.
2. In de LCCM hebben naast de voorzitter in ieder geval zitting leden aan te wijzen door:
a. de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
b. de minister van Justitie;
c. de minister van Landbouw Natuurbeheer en Visserij;
d. de minister van Verkeer en Waterstaat;
e. de minister van Economische Zaken;
f. de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties;
g. het Interprovinciaal Overleg;
h. de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
i. de Unie van Waterschappen;
j. de Raad van Hoofdcommissarissen;
k. het College van procureurs-generaal.
3. Over ad hoc deelname van andere dan de in het tweede lid genoemde handhavingspartners beslist de LCCM.
4. Voor elk lid van de commissie kan een vaste plaatsvervanger worden aangewezen.