BWBR0010265
Geldig vanaf 1999-03-04
Artikel 3
Subsidieregeling demonstratie- en technologie-ontwikkelingsprojecten JSF
1. De subsidie bedraagt 66 2/3 procent van de projectkosten, doch niet meer dan € 11 345 000.
2. Voor zover de subsidie-ontvanger een kennisinstituut is of een ondernemer die geen opbrengsten zal kunnen verkrijgen uit de toepassing van de resultaten van het project, kan, in afwijking van het eerste lid, de subsidie een hoger percentage bedragen, voor zover de subsidie-ontvanger aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen mogelijkheid heeft om het deel van de projectkosten dat ingevolge het eerste lid voor zijn rekening komt, geheel of gedeeltelijk te financieren.
3. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan dan de minister of de Minister van Defensie of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste lid onderscheidenlijk het tweede lid geldende percentage.
4. Bij de toepassing van het eerste lid worden de bijdragen van derden, anders dan bedoeld in het derde lid, met betrekking tot de projectkosten op de projectkosten in mindering gebracht.
2. Voor zover de subsidie-ontvanger een kennisinstituut is of een ondernemer die geen opbrengsten zal kunnen verkrijgen uit de toepassing van de resultaten van het project, kan, in afwijking van het eerste lid, de subsidie een hoger percentage bedragen, voor zover de subsidie-ontvanger aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen mogelijkheid heeft om het deel van de projectkosten dat ingevolge het eerste lid voor zijn rekening komt, geheel of gedeeltelijk te financieren.
3. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan dan de minister of de Minister van Defensie of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste lid onderscheidenlijk het tweede lid geldende percentage.
4. Bij de toepassing van het eerste lid worden de bijdragen van derden, anders dan bedoeld in het derde lid, met betrekking tot de projectkosten op de projectkosten in mindering gebracht.