BWBR0010256
Geldig vanaf 2013-06-03
Artikel 23e
Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
1. Indien de Minister van oordeel is dat de beroepskwalificaties niet kunnen worden erkend, deelt hij de aanvrager zo spoedig mogelijk schriftelijk mee dat hij voornemens is de aanvraag af te wijzen.
2. Het voornemen is met redenen omkleed.
3. Indien de Minister voornemens is de aanvraag af te wijzen wegens wezenlijke verschillen, maar hij van mening is dat een met goed gevolg volbrachte compenserende maatregel als bedoeld in artikel 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificatieskan leiden tot overbrugging van de wezenlijke verschillen, en daarmee tot een te honoreren nieuwe aanvraag, zal de Minister hier in het voornemen een mededeling over doen.
4. Indien de minister voornemens is de aanvraag af te wijzen, maar hij van mening is dat op grond van artikel 12 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificatiesgedeeltelijk toegang moet worden verleend tot het gereglementeerd beroep, doet de minister hier in het voornemen een mededeling over.
5. De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen binnen een maand na verzending van de mededeling, bedoeld in het eerste lid. De Minister kan deze termijn verlengen.
6. Indien het voornemen een mededeling, bedoeld in het derde lid, bevat, vermeldt de aanvrager in zijn zienswijze of hij bereid is tot het volbrengen van een compenserende maatregel, en zo ja, of hij dit wil doen door het volgen van een aanpassingsstage dan wel het afleggen van een proeve van bekwaamheid.
7. Indien de aanvrager in zijn zienswijze aangeeft een aanpassingsstage te willen volgen, geeft hij in die zienswijze tevens aan bij welke beveiligingsorganisatie, welk recherchebureau of welk alarminstallatiebedrijf de aanpassingsstage zal worden gevolgd, alsmede welke gekwalificeerde beroepsbeoefenaar hem daarbij zal begeleiden.
2. Het voornemen is met redenen omkleed.
3. Indien de Minister voornemens is de aanvraag af te wijzen wegens wezenlijke verschillen, maar hij van mening is dat een met goed gevolg volbrachte compenserende maatregel als bedoeld in artikel 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificatieskan leiden tot overbrugging van de wezenlijke verschillen, en daarmee tot een te honoreren nieuwe aanvraag, zal de Minister hier in het voornemen een mededeling over doen.
4. Indien de minister voornemens is de aanvraag af te wijzen, maar hij van mening is dat op grond van artikel 12 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificatiesgedeeltelijk toegang moet worden verleend tot het gereglementeerd beroep, doet de minister hier in het voornemen een mededeling over.
5. De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen binnen een maand na verzending van de mededeling, bedoeld in het eerste lid. De Minister kan deze termijn verlengen.
6. Indien het voornemen een mededeling, bedoeld in het derde lid, bevat, vermeldt de aanvrager in zijn zienswijze of hij bereid is tot het volbrengen van een compenserende maatregel, en zo ja, of hij dit wil doen door het volgen van een aanpassingsstage dan wel het afleggen van een proeve van bekwaamheid.
7. Indien de aanvrager in zijn zienswijze aangeeft een aanpassingsstage te willen volgen, geeft hij in die zienswijze tevens aan bij welke beveiligingsorganisatie, welk recherchebureau of welk alarminstallatiebedrijf de aanpassingsstage zal worden gevolgd, alsmede welke gekwalificeerde beroepsbeoefenaar hem daarbij zal begeleiden.