BWBR0010216
Geldig vanaf 1999-12-31
Artikel 7
Regeling veiligheidsadviseur vervoer gevaarlijke stoffen
1. Het examen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, strekt ertoe vast te stellen of de kandidaat over het kennisniveau beschikt dat vereist is om de taken van veiligheidsadviseur te kunnen vervullen.
2. Na een met goed gevolg afgelegd examen ontvangt de kandidaat ten blijke daarvan een vakbekwaamheidscertificaat.
3. Het examen berust op het uitgangspunt dat de op het examen gerichte opleiding tot doel heeft voldoende kennis te verschaffen over:
a. de gevaren die zijn verbonden aan de handelingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d;
b. de wettelijke voorschriften betreffende de betrokken takken van vervoer; en
c. de onderwerpen, genoemd in bijlage 1.
4. Het examen:
a. bestaat uit een schriftelijk gedeelte dat gericht is op de tak van vervoer waarvoor het certificaat zal worden afgegeven, onderscheidenlijk op een of meer van de volgende categorieën gevaarlijke stoffen als bedoeld in de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: 1º. klasse 1,
2º. klasse 2,
3º. klasse 7,
4º. de klassen 3, 4.1, 4.2, 4.3, 4.5, 5.1, 5.2, 6.1, 6.2, 8 en 9, of
5º. de VN-nummers 1202, 1203 en 1223;
1º. klasse 1,
2º. klasse 2,
3º. klasse 7,
4º. de klassen 3, 4.1, 4.2, 4.3, 4.5, 5.1, 5.2, 6.1, 6.2, 8 en 9, of
5º. de VN-nummers 1202, 1203 en 1223;
b. kan tevens bestaan uit een mondeling gedeelte;
c. bevat een met bijlage 1 samenhangende casuspositie;
d. heeft in ieder geval betrekking op de in bijlage 2 bedoelde aangelegenheden.
5. Het examen bestaat uit ten minste 20 open vragen. In plaats van een of meer open vragen kan een dubbel aantal meerkeuzevragen worden gesteld.
2. Na een met goed gevolg afgelegd examen ontvangt de kandidaat ten blijke daarvan een vakbekwaamheidscertificaat.
3. Het examen berust op het uitgangspunt dat de op het examen gerichte opleiding tot doel heeft voldoende kennis te verschaffen over:
a. de gevaren die zijn verbonden aan de handelingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d;
b. de wettelijke voorschriften betreffende de betrokken takken van vervoer; en
c. de onderwerpen, genoemd in bijlage 1.
4. Het examen:
a. bestaat uit een schriftelijk gedeelte dat gericht is op de tak van vervoer waarvoor het certificaat zal worden afgegeven, onderscheidenlijk op een of meer van de volgende categorieën gevaarlijke stoffen als bedoeld in de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: 1º. klasse 1,
2º. klasse 2,
3º. klasse 7,
4º. de klassen 3, 4.1, 4.2, 4.3, 4.5, 5.1, 5.2, 6.1, 6.2, 8 en 9, of
5º. de VN-nummers 1202, 1203 en 1223;
1º. klasse 1,
2º. klasse 2,
3º. klasse 7,
4º. de klassen 3, 4.1, 4.2, 4.3, 4.5, 5.1, 5.2, 6.1, 6.2, 8 en 9, of
5º. de VN-nummers 1202, 1203 en 1223;
b. kan tevens bestaan uit een mondeling gedeelte;
c. bevat een met bijlage 1 samenhangende casuspositie;
d. heeft in ieder geval betrekking op de in bijlage 2 bedoelde aangelegenheden.
5. Het examen bestaat uit ten minste 20 open vragen. In plaats van een of meer open vragen kan een dubbel aantal meerkeuzevragen worden gesteld.