BWBR0010206
Geldig vanaf 1999-01-16
Artikel 4
Vrijstelling van de heffingen Meststoffenwet voor kleine bedrijven, tuinbouwbedrijven en tuincentra
1. Van de heffingen, bedoeld in de titels 1 en 2 van hoofdstuk IV van de wet, zijn vrijgesteld bedrijven waarop in het betreffende kalenderjaar mede niet-grondgebonden tuinbouw of grondgebonden tuinbouw wordt uitgeoefend, en die voldoen aan de voorwaarden van artikel 38 van de wet, paragraaf 4 van de Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet en artikel 7, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 38, eerste lid, onderdeel b, van de wet, niet in aanmerking worden genomen:
a. de aangevoerde dierlijke en overige organische meststoffen die worden gebruikt voor niet-grondgebonden tuinbouw, tot ten hoogste 460 kilogram fosfaat per kalenderjaar per hectare van de gemiddeld in het betreffende kalenderjaar bij het bedrijf voor deze vorm van tuinbouw daadwerkelijk in gebruik zijnde oppervlakte groeimedium, en
b. de aangevoerde dierlijke en overige organische meststoffen die worden gebruikt voor grondgebonden tuinbouw, tot ten hoogste 460 kilogram fosfaat per kalenderjaar per hectare van de gemiddelde oppervlakte van het gebouw of de gebouwen die in het betreffende kalenderjaar bij het bedrijf voor deze vorm van tuinbouw daadwerkelijk in gebruik is.
2. De omrekening van dieren van de onderscheiden diercategorieën naar grootvee-eenheden geschiedt overeenkomstig de daarvoor in bijlage A bij de wet opgenomen normen. Op de vaststelling van de hoeveelheid aangevoerde dierlijke meststoffen, de hoeveelheid aangevoerde overige organische meststoffen en de hoeveelheid geproduceerde dierlijke meststoffen is artikel 17 van de wet van overeenkomstige toepassing.
3. De regels gesteld bij of krachtens de wet en de Wet herstructurering varkenshouderij die betrekking hebben op bedrijven waarop de vrijstelling, bedoeld in artikel 38 van de wet van toepassing is, zijn van overeenkomstige toepassing op de bedrijven waarop de vrij-stelling, bedoeld in het eerste lid, van toepassing is.
a. de aangevoerde dierlijke en overige organische meststoffen die worden gebruikt voor niet-grondgebonden tuinbouw, tot ten hoogste 460 kilogram fosfaat per kalenderjaar per hectare van de gemiddeld in het betreffende kalenderjaar bij het bedrijf voor deze vorm van tuinbouw daadwerkelijk in gebruik zijnde oppervlakte groeimedium, en
b. de aangevoerde dierlijke en overige organische meststoffen die worden gebruikt voor grondgebonden tuinbouw, tot ten hoogste 460 kilogram fosfaat per kalenderjaar per hectare van de gemiddelde oppervlakte van het gebouw of de gebouwen die in het betreffende kalenderjaar bij het bedrijf voor deze vorm van tuinbouw daadwerkelijk in gebruik is.
2. De omrekening van dieren van de onderscheiden diercategorieën naar grootvee-eenheden geschiedt overeenkomstig de daarvoor in bijlage A bij de wet opgenomen normen. Op de vaststelling van de hoeveelheid aangevoerde dierlijke meststoffen, de hoeveelheid aangevoerde overige organische meststoffen en de hoeveelheid geproduceerde dierlijke meststoffen is artikel 17 van de wet van overeenkomstige toepassing.
3. De regels gesteld bij of krachtens de wet en de Wet herstructurering varkenshouderij die betrekking hebben op bedrijven waarop de vrijstelling, bedoeld in artikel 38 van de wet van toepassing is, zijn van overeenkomstige toepassing op de bedrijven waarop de vrij-stelling, bedoeld in het eerste lid, van toepassing is.