BWBR0010202
Geldig vanaf 1999-02-07
Artikel 1
Aanpassing bedrag vrijstelling uit vermogen ingevolge de wetten oorlogsgetroffenen per 1 januari 1999
De bedragen, genoemd in <a href="/wet/BWBR0002844/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 19, vijfde lid, onder a, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945</a>, alsmede in de <a href="/wet/BWBR0002032/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 12, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945</a>, 11, <a href="/wet/BWBR0002035" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">tweede lid, onder b</a>, van de <a href="/wet/BWBR0002035" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers</a>, 16, tweede lid, onder b, ten tweede, van de <a href="/wet/BWBR0003968" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet</a>en bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003664/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28, vierde lid, onder a, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945</a>, worden als volgt herzien:
a. het bedrag, genoemd in artikel 19, vijfde lid, onder a, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, wordt verhoogd tot f 1.356,-;
b. het bedrag, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, 11, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en 16, tweede lid, onder b, ten tweede, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, wordt verhoogd tot dertienhonderdzesenvijftig gulden;
c. het vrij te laten bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder a, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, wordt vastgesteld op f 1.356,- per jaar.
a. het bedrag, genoemd in artikel 19, vijfde lid, onder a, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, wordt verhoogd tot f 1.356,-;
b. het bedrag, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, 11, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en 16, tweede lid, onder b, ten tweede, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, wordt verhoogd tot dertienhonderdzesenvijftig gulden;
c. het vrij te laten bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder a, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, wordt vastgesteld op f 1.356,- per jaar.