BWBR0010182
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 21c
Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999
1. Aan de in Nederland wonende echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van de persoon op wie artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van toepassing is ongeacht of deze persoon een dienstbetrekking heeft met een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon, of aan de in Nederland wonende echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van de persoon, bedoeld in artikel 12, wordt, op aanvraag, door de Sociale Verzekeringsbank een ontheffing verleend van de verzekering op grond van zowel de Wet langdurige zorg, als de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenweten de Algemene Kinderbijslagwet, indien de echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden op grond van een regeling van een op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel d, aangewezen volkenrechtelijke organisatie, aanspraak hebben op zorg of de vergoeding van de kosten daarvan, mits wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 21, tweede en derde lid.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die in Nederland arbeid verrichten of een Nederlandse sociale verzekeringsuitkering ontvangen.
3. De echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die op grond van het eerste lid zijn ontheven, blijven ontheven van de verzekering op grond van zowel de Wet langdurige zorgals de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenweten de Algemene Kinderbijslagwet, gedurende de periode van een jaar te rekenen vanaf de datum van overlijden van de persoon die werkzaam was bij een volkenrechtelijke organisatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, tenzij zij in Nederland arbeid verrichten.
4. Artikel 21b, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die in Nederland arbeid verrichten of een Nederlandse sociale verzekeringsuitkering ontvangen.
3. De echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die op grond van het eerste lid zijn ontheven, blijven ontheven van de verzekering op grond van zowel de Wet langdurige zorgals de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenweten de Algemene Kinderbijslagwet, gedurende de periode van een jaar te rekenen vanaf de datum van overlijden van de persoon die werkzaam was bij een volkenrechtelijke organisatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, tenzij zij in Nederland arbeid verrichten.
4. Artikel 21b, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.