BWBR0010175
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 10
Regeling eisen verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen
1. De verblijfsruimte is ingericht met tenminste:
a. een spiegel;
b. een open hang-legkast;
c. een schrijf-werktafel;
d. een stoel;
e. een aan de wand bevestigd prikbord;
f. een bed;
g. twee wandcontactdozen.
2. De verblijfsruimte waarin twee gedetineerden worden ondergebracht is, in afwijking van de in het eerste lid genoemde onderdelen d en f, ingericht met ten minste twee stoelen respectievelijk een persoonlijke slaapgelegenheid voor de individuele gedetineerde. Daarnaast is deze verblijfsruimte ingericht met ten minste een af te sluiten opbergruimte voor de individuele gedetineerde.
a. een spiegel;
b. een open hang-legkast;
c. een schrijf-werktafel;
d. een stoel;
e. een aan de wand bevestigd prikbord;
f. een bed;
g. twee wandcontactdozen.
2. De verblijfsruimte waarin twee gedetineerden worden ondergebracht is, in afwijking van de in het eerste lid genoemde onderdelen d en f, ingericht met ten minste twee stoelen respectievelijk een persoonlijke slaapgelegenheid voor de individuele gedetineerde. Daarnaast is deze verblijfsruimte ingericht met ten minste een af te sluiten opbergruimte voor de individuele gedetineerde.