BWBR0010171
Geldig vanaf 2024-05-14
Artikel 33c
Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting
1. Een gedetineerde met een onherroepelijke gevangenisstraf, hechtenis of vervangende hechtenis van ten minste 8 dagen en ten hoogste 1 jaar kan in aanmerking komen voor verlof aan het einde van zijn detentie in verband met een tekort aan plaatsen voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen in penitentiaire inrichtingen.
2. De directeur-generaal van de Dienst Justitiële Inrichtingen is namens de minister bevoegd eindverlof te verlenen.
3. Een gedetineerde kan alleen in aanmerking komen voor eindverlof indien daarmee een bijdrage wordt geleverd aan het oplossen van een capaciteitsprobleem binnen het gevangeniswezen.
4. Eindverlof kan uitsluitend worden verleend direct voorafgaand aan het moment waarop de gedetineerde in aanmerking komt voor invrijheidstelling of het moment waarop de gedetineerde een penitentiair programma start.
5. Eindverlof kan worden verleend voor de duur van 1 dag tot en met ten hoogste 14 dagen.
6. Eindverlof wordt niet verleend aan een gedetineerde:
a. die is geplaatst in een extra beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 6 van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden;
b. die is geplaatst in een Terroristen Afdeling als bedoeld in artikel 20a van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden;
c. die op grond van artikel 16 van de wet is ondergebracht in een Afdeling Intensief Toezicht;
d. die is geplaatst in een individueel regime als bedoeld in artikel 11 van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden en is ondergebracht in een afdeling voor beheersproblematische gedetineerden;
e. die is geplaatst in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum als bedoeld in artikel 20c van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden;
f. die is of wordt overgebracht op grond van artikel 15, vierde lid, of artikel 43, vierde lid, van de wet;
g. van wie de tenuitvoerlegging van een tevens aan hem opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege nog moet aanvangen;
h. ten aanzien van wie vaststaat dat hij na de detentie zal worden uitgeleverd of ten aanzien van wie een uitleveringsprocedure loopt, tenzij hieraan schorsende werking is verleend;
i. die ongewenst is verklaard, ten aanzien van wie een procedure tot ongewenstverklaring loopt, tenzij hieraan schorsende werking is verleend, of van wie vaststaat dat hij na de detentie zal worden uitgezet;
j. die is veroordeeld voor een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf.
7. In het geval dat meerdere gevangenisstraffen, hechtenissen of vervangende hechtenissen aaneensluitend ten uitvoer worden gelegd, worden zij als één straf aangemerkt voor de toepassing van het tweede en derde lid.
8. De directeur-generaal van de Dienst Justitiële Inrichtingen kan bij het verlenen van eindverlof
bijzondere voorwaarden stellen overeenkomstig artikel 5, tweede lid. Voorwaarden die zijn verbonden aan een aansluitend aan het eindverlof uit te voeren voorwaardelijke straf of maatregel of aan de deelname aan een penitentiair programma worden in beginsel ook verbonden aan de toepassing van het eindverlof.
9. Op grond van gewijzigde omstandigheden, het overtreden van de aan het eindverlof verbonden voorwaarden of een incident kan de directeur-generaal van de Dienst Justitiële Inrichtingen een reeds verleend eindverlof of het daarvan resterende gedeelte intrekken, naar een ander tijdstip verplaatsen of daaraan nadere voorwaarden verbinden. Van een incident is in elk geval sprake als de gedetineerde tijdens het eindverlof buiten de inrichting betrokken is bij een verstoring van de openbare orde of als verdachte van een strafbaar feit is aangemerkt.
10. Een gedetineerde kan eindverlof weigeren.
11. De artikelen 2, 3, 4, 6, 7en 9, tweede lid, zijn niet van toepassing op eindverlof.
2. De directeur-generaal van de Dienst Justitiële Inrichtingen is namens de minister bevoegd eindverlof te verlenen.
3. Een gedetineerde kan alleen in aanmerking komen voor eindverlof indien daarmee een bijdrage wordt geleverd aan het oplossen van een capaciteitsprobleem binnen het gevangeniswezen.
4. Eindverlof kan uitsluitend worden verleend direct voorafgaand aan het moment waarop de gedetineerde in aanmerking komt voor invrijheidstelling of het moment waarop de gedetineerde een penitentiair programma start.
5. Eindverlof kan worden verleend voor de duur van 1 dag tot en met ten hoogste 14 dagen.
6. Eindverlof wordt niet verleend aan een gedetineerde:
a. die is geplaatst in een extra beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 6 van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden;
b. die is geplaatst in een Terroristen Afdeling als bedoeld in artikel 20a van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden;
c. die op grond van artikel 16 van de wet is ondergebracht in een Afdeling Intensief Toezicht;
d. die is geplaatst in een individueel regime als bedoeld in artikel 11 van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden en is ondergebracht in een afdeling voor beheersproblematische gedetineerden;
e. die is geplaatst in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum als bedoeld in artikel 20c van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden;
f. die is of wordt overgebracht op grond van artikel 15, vierde lid, of artikel 43, vierde lid, van de wet;
g. van wie de tenuitvoerlegging van een tevens aan hem opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege nog moet aanvangen;
h. ten aanzien van wie vaststaat dat hij na de detentie zal worden uitgeleverd of ten aanzien van wie een uitleveringsprocedure loopt, tenzij hieraan schorsende werking is verleend;
i. die ongewenst is verklaard, ten aanzien van wie een procedure tot ongewenstverklaring loopt, tenzij hieraan schorsende werking is verleend, of van wie vaststaat dat hij na de detentie zal worden uitgezet;
j. die is veroordeeld voor een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf.
7. In het geval dat meerdere gevangenisstraffen, hechtenissen of vervangende hechtenissen aaneensluitend ten uitvoer worden gelegd, worden zij als één straf aangemerkt voor de toepassing van het tweede en derde lid.
8. De directeur-generaal van de Dienst Justitiële Inrichtingen kan bij het verlenen van eindverlof
bijzondere voorwaarden stellen overeenkomstig artikel 5, tweede lid. Voorwaarden die zijn verbonden aan een aansluitend aan het eindverlof uit te voeren voorwaardelijke straf of maatregel of aan de deelname aan een penitentiair programma worden in beginsel ook verbonden aan de toepassing van het eindverlof.
9. Op grond van gewijzigde omstandigheden, het overtreden van de aan het eindverlof verbonden voorwaarden of een incident kan de directeur-generaal van de Dienst Justitiële Inrichtingen een reeds verleend eindverlof of het daarvan resterende gedeelte intrekken, naar een ander tijdstip verplaatsen of daaraan nadere voorwaarden verbinden. Van een incident is in elk geval sprake als de gedetineerde tijdens het eindverlof buiten de inrichting betrokken is bij een verstoring van de openbare orde of als verdachte van een strafbaar feit is aangemerkt.
10. Een gedetineerde kan eindverlof weigeren.
11. De artikelen 2, 3, 4, 6, 7en 9, tweede lid, zijn niet van toepassing op eindverlof.