BWBR0010063
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 10
Tijdelijke regeling regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten
1. De contactgemeente dient uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarop deze rapportage betrekking heeft, bij de minister een effectrapportage in.
2. In de effectrapportage zijn ten minste opgenomen:
a. de namen van de contactgemeente en de overige gemeenten in de regio,
b. de namen van de gemeenten die niet voldoen aan artikel 3, eerste lid,
c. een overzicht van de ondersteunende organisaties die werkzaamheden verrichten in het kader van deze regeling,
d. een kwantitatieve beschrijving van de regionale problematiek,
e. een kwantitatieve verplichting inzake het terugdringen van de regionale problematiek,
f. een volledig beeld over de resultaten van het gevoerde beleid, ten einde inzicht te verschaffen in de mate waarin de geformuleerde afspraken zijn gerealiseerd,
g. de inzet van de eigen en de in het kader van deze regeling beschikbaar gestelde middelen. en
h. de wijze waarop de middelen worden besteed om de registratie te verbeteren.
3. Indien naar het oordeel van de minister de effectrapportages niet of niet voldoende het in het tweede lid bedoelde inzicht geven, kan ten behoeve van het volgende kalenderjaar de verdeling van het in artikel 8, eerste lid, genoemde budget over de regio’s geheel of gedeeltelijk worden gewijzigd.
2. In de effectrapportage zijn ten minste opgenomen:
a. de namen van de contactgemeente en de overige gemeenten in de regio,
b. de namen van de gemeenten die niet voldoen aan artikel 3, eerste lid,
c. een overzicht van de ondersteunende organisaties die werkzaamheden verrichten in het kader van deze regeling,
d. een kwantitatieve beschrijving van de regionale problematiek,
e. een kwantitatieve verplichting inzake het terugdringen van de regionale problematiek,
f. een volledig beeld over de resultaten van het gevoerde beleid, ten einde inzicht te verschaffen in de mate waarin de geformuleerde afspraken zijn gerealiseerd,
g. de inzet van de eigen en de in het kader van deze regeling beschikbaar gestelde middelen. en
h. de wijze waarop de middelen worden besteed om de registratie te verbeteren.
3. Indien naar het oordeel van de minister de effectrapportages niet of niet voldoende het in het tweede lid bedoelde inzicht geven, kan ten behoeve van het volgende kalenderjaar de verdeling van het in artikel 8, eerste lid, genoemde budget over de regio’s geheel of gedeeltelijk worden gewijzigd.