BWBR0010052
Geldig vanaf 1998-12-17
Artikel 4
Regeling financiële tegemoetkoming aanpak millenniumprobleem in het kader van de uitvoering van sociale voorzieningen door gemeenten en SW-bedrijven
1. Het bestuur dat een financiële tegemoetkoming ontvangt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 3, eerste lid, draagt zorg voor medewerking aan de monitor.
2. Het bestuur draagt tevens zorg voor:
a. het opstellen van een plan van aanpak;
b. het opstellen van een nood- en overgangsplan.
3. Het bestuur stelt het plan van aanpak vast en zendt dit uiterlijk 1 februari 1999 in drievoud, aan de Minister, vergezeld van het ingevulde en ondertekende aanbiedingsformulier als bedoeld in bijlage III bij deze regeling.
4. Het bestuur stelt het nood- en overgangsplan vast en zendt dit uiterlijk 1 juli 1999 in drievoud aan de Minister, vergezeld van het ingevulde en ondertekende aanbiedingsformulier als bedoeld in bijlage III bij deze regeling.
5. Het vierde lid is niet van toepassing indien het plan van aanpak reeds een nood- en overgangsplan bevat.
6. Het bestuur zendt uiterlijk 1 februari 2000 de ondertekende modelverklaring als bedoeld in bijlage IV bij deze regeling aan de Minister.
2. Het bestuur draagt tevens zorg voor:
a. het opstellen van een plan van aanpak;
b. het opstellen van een nood- en overgangsplan.
3. Het bestuur stelt het plan van aanpak vast en zendt dit uiterlijk 1 februari 1999 in drievoud, aan de Minister, vergezeld van het ingevulde en ondertekende aanbiedingsformulier als bedoeld in bijlage III bij deze regeling.
4. Het bestuur stelt het nood- en overgangsplan vast en zendt dit uiterlijk 1 juli 1999 in drievoud aan de Minister, vergezeld van het ingevulde en ondertekende aanbiedingsformulier als bedoeld in bijlage III bij deze regeling.
5. Het vierde lid is niet van toepassing indien het plan van aanpak reeds een nood- en overgangsplan bevat.
6. Het bestuur zendt uiterlijk 1 februari 2000 de ondertekende modelverklaring als bedoeld in bijlage IV bij deze regeling aan de Minister.