BWBR0010032
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 4
Regeling houdende nadere regels ten aanzien van de invoer en uitvoer van elektriciteit
1. Een afnemer die verzoekt om elektriciteit in te voeren uit Duitsland, Denemarken, Finland, Noorwegen, Oostenrijk, Spanje, het Verenigd Koninkrijk of Zweden geldt als een afnemer die voldoet aan de vereisten van artikel 45, eerste lid, van de wet.
2. Een afnemer die verzoekt om elektriciteit in te voeren uit een van de hierna te noemen landen, geldt als een afnemer die voldoet aan de vereisten van artikel 45, eerste lid, van de wet, indien hij aantoont dat hij in het jaar voorafgaand aan het verzoek een hierna aan te geven hoeveelheid elektriciteit heeft verbruikt:
a. België: 20 GWh;
b. vervallen;
c. Frankrijk: 7 GWh;
d. Griekenland: 100 GWh;
e. Ierland: 1 GWh;
f. Italië: 20 GWh;
g. Luxemburg: 9 GWh;
h. vervallen;
i. Portugal: 9 GWh;
j. vervallen;
k. Zwitserland: 100 GWh.
2. Een afnemer die verzoekt om elektriciteit in te voeren uit een van de hierna te noemen landen, geldt als een afnemer die voldoet aan de vereisten van artikel 45, eerste lid, van de wet, indien hij aantoont dat hij in het jaar voorafgaand aan het verzoek een hierna aan te geven hoeveelheid elektriciteit heeft verbruikt:
a. België: 20 GWh;
b. vervallen;
c. Frankrijk: 7 GWh;
d. Griekenland: 100 GWh;
e. Ierland: 1 GWh;
f. Italië: 20 GWh;
g. Luxemburg: 9 GWh;
h. vervallen;
i. Portugal: 9 GWh;
j. vervallen;
k. Zwitserland: 100 GWh.