BWBR0010030
Geldig vanaf 1998-12-05
Artikel 7
Subsidieregeling pilots Indicatiestelling 'Leerlinggebonden financiering'
Voor subsidie als bedoeld in artikel 3, kunnen scholen in aanmerking komen, wanneer scholen in ieder geval voldoen aan de volgende voorwaarden:
1. Voor elke bij de school aangemelde leerling stelt de school een onderzoeksrapport op waarbij de besluitvorming met betrekking tot de toelating van de leerling tot stand komt aan de hand van de procedure en criteria. Door de staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen kunnen nadere aanwijzingen worden gegeven inzake de procedure en criteria, als tijdens de praktijktoetsing blijkt dat deze aanwijzingen noodzakelijk zijn voor de realisering van een optimale objectieve indicatiestelling. Deze aanwijzingen zullen pas worden gegeven nadat hier overeenstemming over is bereikt met de commissie en het uitwerkingsoverleg leerlinggebonden financiering;
2. De beslissing van de school inzake de toelating van de leerling legt de school vast in een aparte nota. Indien de school een leerling toelaat in afwijking van de procedure en criteria motiveert de school de afwijking in de nota. De onderzoeksrapporten en beslissingsnota's worden geanonimiseerd aangeleverd bij de commissie;
3. De voortgang en de bevindingen van de wijze waarop de geselecteerde scholen omgaan met de procedure en criteria worden geëvalueerd. Scholen die meedoen aan deze pilot dienen alle medewerking te verlenen die nodig is voor de evaluatie. De evaluatie wordt uitgevoerd door een door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen aan te wijzen onderzoeksinstituut.
1. Voor elke bij de school aangemelde leerling stelt de school een onderzoeksrapport op waarbij de besluitvorming met betrekking tot de toelating van de leerling tot stand komt aan de hand van de procedure en criteria. Door de staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen kunnen nadere aanwijzingen worden gegeven inzake de procedure en criteria, als tijdens de praktijktoetsing blijkt dat deze aanwijzingen noodzakelijk zijn voor de realisering van een optimale objectieve indicatiestelling. Deze aanwijzingen zullen pas worden gegeven nadat hier overeenstemming over is bereikt met de commissie en het uitwerkingsoverleg leerlinggebonden financiering;
2. De beslissing van de school inzake de toelating van de leerling legt de school vast in een aparte nota. Indien de school een leerling toelaat in afwijking van de procedure en criteria motiveert de school de afwijking in de nota. De onderzoeksrapporten en beslissingsnota's worden geanonimiseerd aangeleverd bij de commissie;
3. De voortgang en de bevindingen van de wijze waarop de geselecteerde scholen omgaan met de procedure en criteria worden geëvalueerd. Scholen die meedoen aan deze pilot dienen alle medewerking te verlenen die nodig is voor de evaluatie. De evaluatie wordt uitgevoerd door een door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen aan te wijzen onderzoeksinstituut.