BWBR0010012
Geldig vanaf 1998-11-26
Artikel 7
Besluit verlening bevoegdheden aan projectmanager en senior projectleider GIS-2
1. De projectmanager maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik ten aanzien van aangelegenheden die:
a. behoren tot zijn werkterrein, en
b. naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de minister of namens de minister door de Directeur-Generaal Rijksluchtvaartdienst of diens plaatsvervanger.
2. De senior projectleider maakt van de hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik ten aanzien van aangelegenheden die:
a. behoren tot zijn werkterrein, en
b. naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de minister of namens de minister door de Directeur-Generaal Rijksluchtvaartdienst of diens plaatsvervanger.
De plaatsvervangend senior projectleider maakt van de hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik bij afwezigheid van de senior projectleider en in dat geval met inachtneming van de begrenzingen, in het tweede lid gesteld aan de senior projectleider ten aanzien van de uitoefening van diens bevoegdheden.
4. Het uitoefenen van het mandaat, volmacht en machtiging dient te geschieden in overeenstemming met hetgeen daarover is bepaald in de bij dit besluit behorende bijlage.
a. behoren tot zijn werkterrein, en
b. naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de minister of namens de minister door de Directeur-Generaal Rijksluchtvaartdienst of diens plaatsvervanger.
2. De senior projectleider maakt van de hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik ten aanzien van aangelegenheden die:
a. behoren tot zijn werkterrein, en
b. naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de minister of namens de minister door de Directeur-Generaal Rijksluchtvaartdienst of diens plaatsvervanger.
De plaatsvervangend senior projectleider maakt van de hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik bij afwezigheid van de senior projectleider en in dat geval met inachtneming van de begrenzingen, in het tweede lid gesteld aan de senior projectleider ten aanzien van de uitoefening van diens bevoegdheden.
4. Het uitoefenen van het mandaat, volmacht en machtiging dient te geschieden in overeenstemming met hetgeen daarover is bepaald in de bij dit besluit behorende bijlage.