BWBR0009990
Geldig vanaf 1998-11-27
Artikel 2
Regeling eenmalige subsidies beleggers
1. De minister kan op aanvraag van natuurlijke personen of rechtspersonen een eenmalige subsidie vaststellen ter beëindiging van de verbintenissen jegens die natuurlijke personen of rechtspersonen, welke verbintenissen voortvloeien uit een DKP-regeling.
2. Voor subsidie komen natuurlijke personen en rechtspersonen in aanmerking, die op 1 januari 1998 rechthebbende waren ten aanzien van woningen of woongebouwen waarvoor met toepassing van een DKP-regeling geldelijke steun is verleend, mits:
a. zij voor die woningen of woongebouwen tot en met 31 december 1997 aanspraak op geldelijke steun konden maken;
b. die geldelijke steun niet voortvloeit uit een beschikking die overeenkomstig artikel 2 van de Wet balansverkorting geldelijk steun volkshuisvesting in aanmerking dient te worden genomen voor de vaststelling van de in dat artikel bedoelde som, en
c. aan hen niet van overheidswege een op 1 januari 1998 nog geldende garantie is verstrekt voor een door hen aangetrokken kapitaalmarktlening ten behoeve van de bouw of de verbetering van woningen of woongebouwen dan wel voor de herfinanciering van een dergelijke kapitaalmarktlening.
3. Het tweede lid, aanhef en onder c, is niet van toepassing op toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet, mits het Waarborgfonds Sociale Woningbouw ten aanzien van de verstrekte garantie vrijwaring heeft verleend of toegezegd.
2. Voor subsidie komen natuurlijke personen en rechtspersonen in aanmerking, die op 1 januari 1998 rechthebbende waren ten aanzien van woningen of woongebouwen waarvoor met toepassing van een DKP-regeling geldelijke steun is verleend, mits:
a. zij voor die woningen of woongebouwen tot en met 31 december 1997 aanspraak op geldelijke steun konden maken;
b. die geldelijke steun niet voortvloeit uit een beschikking die overeenkomstig artikel 2 van de Wet balansverkorting geldelijk steun volkshuisvesting in aanmerking dient te worden genomen voor de vaststelling van de in dat artikel bedoelde som, en
c. aan hen niet van overheidswege een op 1 januari 1998 nog geldende garantie is verstrekt voor een door hen aangetrokken kapitaalmarktlening ten behoeve van de bouw of de verbetering van woningen of woongebouwen dan wel voor de herfinanciering van een dergelijke kapitaalmarktlening.
3. Het tweede lid, aanhef en onder c, is niet van toepassing op toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet, mits het Waarborgfonds Sociale Woningbouw ten aanzien van de verstrekte garantie vrijwaring heeft verleend of toegezegd.