BWBR0009985
Geldig vanaf 1998-11-27
Artikel 4
Verdeling kosten over gemeenten i.v.m. uitkeringen burgemeesters
1. De minister begroot in het eerste kwartaal van elk jaar in overleg met het ABP de kosten van dat jaar.
2. De minister stelt in het eerste kwartaal van elk jaar voor iedere gemeente een voorschot op de bijdrage in de kosten vast. Bij de vaststelling van de voorschotten wordt rekening gehouden met bij de begrote kosten onvoorziene extra uitgaven.
3. Bij de vaststelling van de voorschotten kan tevens rekening worden gehouden met een voorziening ter vorming van een reserve tot maximaal de helft van de begrote kosten.
4. Het voorschot wordt bij de gemeenten in rekening gebracht voor 1 juli van het jaar.
2. De minister stelt in het eerste kwartaal van elk jaar voor iedere gemeente een voorschot op de bijdrage in de kosten vast. Bij de vaststelling van de voorschotten wordt rekening gehouden met bij de begrote kosten onvoorziene extra uitgaven.
3. Bij de vaststelling van de voorschotten kan tevens rekening worden gehouden met een voorziening ter vorming van een reserve tot maximaal de helft van de begrote kosten.
4. Het voorschot wordt bij de gemeenten in rekening gebracht voor 1 juli van het jaar.