BWBR0009930
Geldig vanaf 1998-10-23
Artikel 6
Tunnelwet Westerschelde
1. De hoogste vergoeding voor een rit met een personenauto bedraagt ten hoogste twee keer het referentietarief.
2. De hoogste vergoeding voor een rit met een motorrijwiel bedraagt ten hoogste het referentietarief.
3. De hoogste vergoeding voor een rit met een ander motorrijtuig dan een personenauto of een motorrijwiel bedraagt ten hoogste vijf keer het referentietarief.
4. De hoogste vergoeding voor een rit met een voertuig dat door een motorrijtuig wordt voortbewogen, bedraagt ten hoogste de hoogte van de vergoeding die verschuldigd is voor de rit met het motorrijtuig dat het voertuig voortbeweegt.
2. De hoogste vergoeding voor een rit met een motorrijwiel bedraagt ten hoogste het referentietarief.
3. De hoogste vergoeding voor een rit met een ander motorrijtuig dan een personenauto of een motorrijwiel bedraagt ten hoogste vijf keer het referentietarief.
4. De hoogste vergoeding voor een rit met een voertuig dat door een motorrijtuig wordt voortbewogen, bedraagt ten hoogste de hoogte van de vergoeding die verschuldigd is voor de rit met het motorrijtuig dat het voertuig voortbeweegt.