BWBR0009920
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 1998
1. De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar strekt zich uit tot de strafbare feiten genoemd in:
a. de artikelen 177, 179 tot en met 182, 184, 191 en 461 van het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet en de artikelen 13, eerste lid, 26, eerste en vijfde lid, en 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
b. andere strafbare feiten, indien en voorzover zij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie worden belast voor de duur van dat onderzoek.
2. De in het eerste lid genoemde opsporingsbevoegdheid geldt voor het gehele land.
a. de artikelen 177, 179 tot en met 182, 184, 191 en 461 van het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet en de artikelen 13, eerste lid, 26, eerste en vijfde lid, en 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
b. andere strafbare feiten, indien en voorzover zij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie worden belast voor de duur van dat onderzoek.
2. De in het eerste lid genoemde opsporingsbevoegdheid geldt voor het gehele land.