BWBR0009888
Geldig vanaf 01-01-1999
Artikel 10
Besluit Rijksgebouwendienst 1999
1. Een afnemer betaalt een gebruiksvergoeding aan de dienst ter vergoeding van de aan hem ter beschikking gestelde huisvesting.
2. Onze Minister stelt, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, de methodiek vast ter bepaling van de gebruiksvergoeding, bedoeld in het eerste lid.
3. Ter vergoeding van werkzaamheden die niet in de huurovereenkomst zijn opgenomen en die de dienst verricht op verzoek van een afnemer, brengt de dienst door Onze Minister vast te stellen tarieven in rekening.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het uitbrengen van adviezen, bedoeld in artikel 4, tweede lid.
2. Onze Minister stelt, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, de methodiek vast ter bepaling van de gebruiksvergoeding, bedoeld in het eerste lid.
3. Ter vergoeding van werkzaamheden die niet in de huurovereenkomst zijn opgenomen en die de dienst verricht op verzoek van een afnemer, brengt de dienst door Onze Minister vast te stellen tarieven in rekening.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het uitbrengen van adviezen, bedoeld in artikel 4, tweede lid.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0009888
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl