BWBR0009874
Geldig vanaf 2001-02-14
Artikel 5
Besluit staten pensioenfondsen
1. De staten worden in enkelvoud ingediend bij de Pensioen- & Verzekeringskamer. Indien bij het invullen van de staten gebruik wordt gemaakt van de in het tweede lid bedoelde informatiedragers of informatiemedia, worden deze meegezonden.
2. Indien de staten worden ingevuld met gebruikmaking van elektronische informatiedragers of informatiemedia, wordt voor de samenstelling en aanlevering van de daarop aanwezige gegevens gebruik gemaakt van de door de Pensioen- & Verzekeringskamer voor dat doel ter beschikking gestelde programmatuur, overeenkomstig de daarbij gegeven instructies omtrent de volledigheid van de in te dienen gegevens en de uit te voeren consistentiecontrole.
3. Aan de staten, waarvan het model is opgenomen in bijlage Abij dit besluit, worden geen andere posten of rubrieken toegevoegd.
4. Staat 3.400 (Actuarieel verslag) wordt voorzien van een verklaring van een actuaris, tegen wie de Pensioen- & Verzekeringskamer geen bedenkingen naar voren heeft gebracht. Met deze verklaring bevestigt de actuaris dat hij zich ervan heeft overtuigd, dat:
a. de technische voorzieningen met inachtneming van de op de staat 3.400 voorkomende gegevens als geheel op voldoende voorzichtige grondslagen zijn berekend;
b. voldaan is aan artikel 9a, van de Pensioen- en spaarfondsenwet; en
c. dat de sterftevergelijking juist is weergegeven, waarvan hij als bewijs de staten 3.410 en 3.530 waarmerkt. De actuaris kan zijn verklaring nader toelichten of op onderdelen een voorbehoud maken.
5. Een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboekwaarmerkt de staten en voorziet deze van een accountantsverklaring.
6. De door een fonds in te dienen staten worden ondertekend door het bestuur. Bestaat het bestuur uit meer dan twee personen, dan worden de staten door twee bestuursleden ondertekend.
7. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan ten aanzien van het eerste en zesde lid nadere regels stellen met betrekking tot de wijze van indiening en ondertekening van de staten.
2. Indien de staten worden ingevuld met gebruikmaking van elektronische informatiedragers of informatiemedia, wordt voor de samenstelling en aanlevering van de daarop aanwezige gegevens gebruik gemaakt van de door de Pensioen- & Verzekeringskamer voor dat doel ter beschikking gestelde programmatuur, overeenkomstig de daarbij gegeven instructies omtrent de volledigheid van de in te dienen gegevens en de uit te voeren consistentiecontrole.
3. Aan de staten, waarvan het model is opgenomen in bijlage Abij dit besluit, worden geen andere posten of rubrieken toegevoegd.
4. Staat 3.400 (Actuarieel verslag) wordt voorzien van een verklaring van een actuaris, tegen wie de Pensioen- & Verzekeringskamer geen bedenkingen naar voren heeft gebracht. Met deze verklaring bevestigt de actuaris dat hij zich ervan heeft overtuigd, dat:
a. de technische voorzieningen met inachtneming van de op de staat 3.400 voorkomende gegevens als geheel op voldoende voorzichtige grondslagen zijn berekend;
b. voldaan is aan artikel 9a, van de Pensioen- en spaarfondsenwet; en
c. dat de sterftevergelijking juist is weergegeven, waarvan hij als bewijs de staten 3.410 en 3.530 waarmerkt. De actuaris kan zijn verklaring nader toelichten of op onderdelen een voorbehoud maken.
5. Een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboekwaarmerkt de staten en voorziet deze van een accountantsverklaring.
6. De door een fonds in te dienen staten worden ondertekend door het bestuur. Bestaat het bestuur uit meer dan twee personen, dan worden de staten door twee bestuursleden ondertekend.
7. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan ten aanzien van het eerste en zesde lid nadere regels stellen met betrekking tot de wijze van indiening en ondertekening van de staten.