BWBR0009844
Geldig vanaf 1998-09-30
Artikel 4
Regeling beëdiging ambtenaren
1. De eed of belofte wordt afgelegd ten overstaan van het bevoegd gezag.
2. De eed of belofte wordt afgelegd in aanwezigheid van een getuige die, al naar gelang bovengenoemde situatie, wordt aangewezen door het bevoegd gezag.
3. In afwijking van het eerste lid, onder a, en het tweede lid wordt voor de ambtenaren wier standplaats is gelegen buiten Den Haag de bevoegdheid tot het afnemen van de eed of belofte en de aanwijzing van de getuige gemandateerd aan de directeur waaronder zij ressorteren.
2. De eed of belofte wordt afgelegd in aanwezigheid van een getuige die, al naar gelang bovengenoemde situatie, wordt aangewezen door het bevoegd gezag.
3. In afwijking van het eerste lid, onder a, en het tweede lid wordt voor de ambtenaren wier standplaats is gelegen buiten Den Haag de bevoegdheid tot het afnemen van de eed of belofte en de aanwijzing van de getuige gemandateerd aan de directeur waaronder zij ressorteren.