BWBR0009840
Geldig vanaf 1998-09-04
Artikel 2
Mandaatbesluit Subsidieregeling niet-industriële restwarmte-infrastructuur
1. Aan de projectleider van het Projectbureau wordt mandaat verleend om namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer:
a. te beslissen op aanvragen om subsidieverlening als bedoeld in artikel 2 van de regeling;
b. te beslissen op verzoeken om toestemming als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder a, van de regeling;
c. te beslissen op verzoeken om toestemming als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder e, van de regeling;
d. de beslissen op aanvragen tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 13 van de regeling;
e. te beslissen op verzoeken om verlening van voorschotten als bedoeld in artikel 16 van de regeling;
f. te beslissen omtrent wijziging en intrekking van de subsidieverlening en de subsidievaststelling;
g. te beslissen besluiten te nemen tot terugvorderingen van onverschuldigd betaalde bedragen, met uitzondering van besluiten tot het afzien van terugvorderingen;
h. te beslissen op verzoeken tot herziening van beschikkingen.
2. De projectleider wordt tevens gemachtigd tot het afdoen van alle op de in het eerste lid bedoelde besluiten betrekking hebbende stukken.
3. Aan de projectleider wordt voorts volmacht verleend tot het doen van betalingen, die verband houden met de uitvoering van de regeling.
a. te beslissen op aanvragen om subsidieverlening als bedoeld in artikel 2 van de regeling;
b. te beslissen op verzoeken om toestemming als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder a, van de regeling;
c. te beslissen op verzoeken om toestemming als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder e, van de regeling;
d. de beslissen op aanvragen tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 13 van de regeling;
e. te beslissen op verzoeken om verlening van voorschotten als bedoeld in artikel 16 van de regeling;
f. te beslissen omtrent wijziging en intrekking van de subsidieverlening en de subsidievaststelling;
g. te beslissen besluiten te nemen tot terugvorderingen van onverschuldigd betaalde bedragen, met uitzondering van besluiten tot het afzien van terugvorderingen;
h. te beslissen op verzoeken tot herziening van beschikkingen.
2. De projectleider wordt tevens gemachtigd tot het afdoen van alle op de in het eerste lid bedoelde besluiten betrekking hebbende stukken.
3. Aan de projectleider wordt voorts volmacht verleend tot het doen van betalingen, die verband houden met de uitvoering van de regeling.