BWBR0009833
Geldig vanaf 1998-08-26
Artikel 3
Besluit rechtspositie leden van colleges van bestuur van openbare universiteiten
1. Aan een lid van het college van bestuur wordt een salaris toegekend overeenkomstig schaal 18 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
2. Aan een lid van het college van bestuur kan een toelage worden toegekend.
3. De som van het salaris, bedoeld in het eerste lid, en de toelage, bedoeld in het tweede lid, is bezoldiging in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
4. Het salaris en de toelage worden door de raad van toezicht vastgesteld en toegekend.
5. In het geval de toelage, bedoeld in het tweede lid, meer dan 10% bedraagt van het maximumsalaris van schaal 18 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, is de aanspraak van betrokkene op een werkloosheidsuitkering in ieder geval minder dan de aanspraak die betrokkene zou hebben gehad, indien het Rijkswachtgeldbesluit 1959zou zijn toegepast.
2. Aan een lid van het college van bestuur kan een toelage worden toegekend.
3. De som van het salaris, bedoeld in het eerste lid, en de toelage, bedoeld in het tweede lid, is bezoldiging in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
4. Het salaris en de toelage worden door de raad van toezicht vastgesteld en toegekend.
5. In het geval de toelage, bedoeld in het tweede lid, meer dan 10% bedraagt van het maximumsalaris van schaal 18 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, is de aanspraak van betrokkene op een werkloosheidsuitkering in ieder geval minder dan de aanspraak die betrokkene zou hebben gehad, indien het Rijkswachtgeldbesluit 1959zou zijn toegepast.