BWBR0009815
Geldig vanaf 1998-10-01
Artikel 5
Besluit subsidieverlening Nederlands Politie Instituut
1. Het NPI geeft het KLPD respectievelijk het College zo spoedig mogelijk kennis van omstandigheden die hetzij van belang zijn voor de vaststelling, hetzij aanleiding kunnen geven tot een wijziging van de subsidieverlening.
2. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan de korpschef van het KLPD respectievelijk het College de subsidieverlening intrekken of ten nadele van het NPI wijzigen indien:
a. door de beraden goedgekeurde wijzigingen op het werkplan gevolgen hebben voor de hoogte van de door het KLPD verleende subsidie;
b. de activiteiten waarvoor de subsidie door het College is verleend niet of slechts voor een gering deel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;
c. het NPI niet heeft voldaan aan de in de subsidieverlening verbonden voorschriften;
d. het NPI onjuist of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag op subsidieverlening zou hebben geleid, of
e. de subsidieverlening anderszins onjuist was en het NPI dit wist of behoorde te weten.
3. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
2. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan de korpschef van het KLPD respectievelijk het College de subsidieverlening intrekken of ten nadele van het NPI wijzigen indien:
a. door de beraden goedgekeurde wijzigingen op het werkplan gevolgen hebben voor de hoogte van de door het KLPD verleende subsidie;
b. de activiteiten waarvoor de subsidie door het College is verleend niet of slechts voor een gering deel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;
c. het NPI niet heeft voldaan aan de in de subsidieverlening verbonden voorschriften;
d. het NPI onjuist of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag op subsidieverlening zou hebben geleid, of
e. de subsidieverlening anderszins onjuist was en het NPI dit wist of behoorde te weten.
3. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.