BWBR0009796
Geldig vanaf 1998-08-12
Artikel 8
Arbeidsgehandicaptebesluit
1. Indien ten aanzien van een werknemer als bedoeld in artikel 29b van de ZWwordt vastgesteld dat hij lijdt aan ziekte of gebreken, die maken dat hij binnen vijf jaar na de beoordeling van de arbeidshandicap een aanzienlijk verhoogd risico heeft op ernstige gezondheidsklachten, wordt de in artikel 29b van de ZWbedoelde termijn voor de afloop van die termijn verlengd, indien op dat moment de ziekte of gebreken dan wel het verhoogde risico op ernstige gezondheidsklachten nog bestaan.
2. In afwijking van artikel 29b van de ZWheeft de werknemer die voorafgaand aan de dienstbetrekking recht heeft of recht heeft gehad op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen na aanvang van de dienstbetrekking.
3. Het recht op ziekengeld, bedoeld in het eerste lid, van de werknemer die geen recht heeft maar recht heeft gehad op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, wordt vastgesteld nadat die werknemer of zijn werkgever een aanvraag daartoe heeft ingediend.
2. In afwijking van artikel 29b van de ZWheeft de werknemer die voorafgaand aan de dienstbetrekking recht heeft of recht heeft gehad op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen na aanvang van de dienstbetrekking.
3. Het recht op ziekengeld, bedoeld in het eerste lid, van de werknemer die geen recht heeft maar recht heeft gehad op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, wordt vastgesteld nadat die werknemer of zijn werkgever een aanvraag daartoe heeft ingediend.