BWBR0009790
Geldig vanaf 1998-07-17
Artikel XLV
Wijzigingsbesluit Bekostigingsbesluit WBO/OWBO, enz. (totstandbrenging van een Wet op het primair onderwijs en een Wet op de expertisecentra en toevoeging van een tweede deel aan de Wet op het voortgezet onderwijs en ivm het onderwijs in allochtone levende talen)
1. De normatieve overgangsformatie, bedoeld in artikel XLV, tweede en derde lid, van de wet van 2 april 1998 tot wijziging van enkele onderwijswetten en technische wijziging van enkele andere wetten in verband met het totstandbrengen van onder meer een Wet op het primair onderwijs en een Wet op de expertisecentra(Stb. 228), wordt vastgesteld op basis van het verschil tussen
a. de formatie op 31 juli 1998 zoals die voor de speciale school of scholen voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband is berekend op grond van artikel XLIII, derde, vierde en vijfde lid, vermeerderd met de in formatierekeneenheden uitgedrukte wsns-faciliteiten voor de basisscholen in het samenwerkingsverband in het schooljaar 1998–1999 ad 0,0656 formatierekeneenheid per leerling en
b. de formatie waarop bij invoering van de nieuwe bekostigingssystematiek in het schooljaar 1998–1999 aanspraak zou zijn gemaakt, dan wel bij toepassing van artikel XLV, derde lid, van eerstgenoemde wet in het desbetreffende schooljaar aanspraak wordt gemaakt door de speciale school of scholen voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband voor zover toe te rekenen aan het samenwerkingsverband, verminderd met de formatierekeneenheden voor de schoolleiding als bedoeld in artikel XLIV en een eventuele opslag voor herbezetting in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen en vermeerderd met de formatie als bedoeld in artikel 132 van de Wet op het primair onderwijs waarop bij invoering van de nieuwe bekostigingssystematiek in het schooljaar 1998–1999 aanspraak zou zijn gemaakt, dan wel bij toepassing van artikel XLV, derde lid, van eerstgenoemde wet in het desbetreffende schooljaar aanspraak wordt gemaakt door de basisscholen in het samenwerkingsverband.
2. Indien de formatie op grond van het eerste lid, onderdeel a, groter is dan de formatie op grond van het eerste lid, onderdeel b, zijn op het verschil de percentages, vermeld in artikel XLV, tweede lid, van de in het eerste lid genoemde wetvan toepassing.
3. Bij ministeriële regeling kunnen, zonodig in afwijking van dit artikel, nadere regels worden gesteld voor de berekening van de formatieve aanspraken ingevolge dit artikel.
a. de formatie op 31 juli 1998 zoals die voor de speciale school of scholen voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband is berekend op grond van artikel XLIII, derde, vierde en vijfde lid, vermeerderd met de in formatierekeneenheden uitgedrukte wsns-faciliteiten voor de basisscholen in het samenwerkingsverband in het schooljaar 1998–1999 ad 0,0656 formatierekeneenheid per leerling en
b. de formatie waarop bij invoering van de nieuwe bekostigingssystematiek in het schooljaar 1998–1999 aanspraak zou zijn gemaakt, dan wel bij toepassing van artikel XLV, derde lid, van eerstgenoemde wet in het desbetreffende schooljaar aanspraak wordt gemaakt door de speciale school of scholen voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband voor zover toe te rekenen aan het samenwerkingsverband, verminderd met de formatierekeneenheden voor de schoolleiding als bedoeld in artikel XLIV en een eventuele opslag voor herbezetting in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen en vermeerderd met de formatie als bedoeld in artikel 132 van de Wet op het primair onderwijs waarop bij invoering van de nieuwe bekostigingssystematiek in het schooljaar 1998–1999 aanspraak zou zijn gemaakt, dan wel bij toepassing van artikel XLV, derde lid, van eerstgenoemde wet in het desbetreffende schooljaar aanspraak wordt gemaakt door de basisscholen in het samenwerkingsverband.
2. Indien de formatie op grond van het eerste lid, onderdeel a, groter is dan de formatie op grond van het eerste lid, onderdeel b, zijn op het verschil de percentages, vermeld in artikel XLV, tweede lid, van de in het eerste lid genoemde wetvan toepassing.
3. Bij ministeriële regeling kunnen, zonodig in afwijking van dit artikel, nadere regels worden gesteld voor de berekening van de formatieve aanspraken ingevolge dit artikel.