BWBR0009789
Geldig vanaf 1998-07-16
Artikel 2
Mandatering van bevoegdheden aan ambtenaren van de Scheepvaartinspectie
1. Jaarlijks wordt voor 1 april schriftelijk aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gerapporteerd over de werkzaamheden die in het voorafgaande kalenderjaar in het kader van de in artikel I genoemde aanwijzing zijn verricht.
2. De in het kader van de toezichthoudende taak geconstateerde ernstige tekortkomingen worden onverwijld aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gerapporteerd.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde rapportages gaan vergezeld van een advies over de te nemen maatregelen.
4. Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verstrekt de Scheepvaart-inspectie alle door deze gevraagde gegevens en inlichtingen met betrekking tot het bepaalde in artikel I.
2. De in het kader van de toezichthoudende taak geconstateerde ernstige tekortkomingen worden onverwijld aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gerapporteerd.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde rapportages gaan vergezeld van een advies over de te nemen maatregelen.
4. Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verstrekt de Scheepvaart-inspectie alle door deze gevraagde gegevens en inlichtingen met betrekking tot het bepaalde in artikel I.