BWBR0009758
Geldig vanaf 1998-07-10
Artikel 5
Uitvoeringsregeling Wob EZ
1. Het behandelen van verzoeken om informatie en vragen daaromtrent geschiedt door de directie Voorlichting, voor zover het niet door de minister zelf geschiedt, of door hem in bepaalde gevallen aan anderen is opgedragen.
2. Het in het eerste lid gestelde doet geen afbreuk aan de uit de normale taakuitvoering voortvloeiende plicht van de ambtenaar om aan particuliere personen en instanties met wie hij door zijn functie in contact komt, informatie op verzoek te verschaffen over de daar-bij aan de orde zijnde aangelegenheden.
3. De in het tweede lid bedoelde ambtenaren leiden een verzoek om informatie ter beslissing door naar de directie Voorlichting indien zij:
a. van oordeel zijn dat het verzoek op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels niet kan worden ingewilligd en de beslissing schriftelijk dient te worden meegedeeld;
b. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat de geldende voorschriften ruimte laten voor verschillende uitleg over de vraag of een verzoek om informatie al dan niet behoort te worden ingewilligd;
c. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat inwilliging of weigering van een verzoek om informatie belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben.
2. Het in het eerste lid gestelde doet geen afbreuk aan de uit de normale taakuitvoering voortvloeiende plicht van de ambtenaar om aan particuliere personen en instanties met wie hij door zijn functie in contact komt, informatie op verzoek te verschaffen over de daar-bij aan de orde zijnde aangelegenheden.
3. De in het tweede lid bedoelde ambtenaren leiden een verzoek om informatie ter beslissing door naar de directie Voorlichting indien zij:
a. van oordeel zijn dat het verzoek op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels niet kan worden ingewilligd en de beslissing schriftelijk dient te worden meegedeeld;
b. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat de geldende voorschriften ruimte laten voor verschillende uitleg over de vraag of een verzoek om informatie al dan niet behoort te worden ingewilligd;
c. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat inwilliging of weigering van een verzoek om informatie belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben.