BWBR0009755
Geldig vanaf 2004-07-01
Artikel 11a
Elektriciteitswet 1998
1. De <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/155a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 155a</a>, <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/158" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">158 tot en met 161a</a>en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/164" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">164</a>dan wel <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/265a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">265a</a>, <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/268" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">268 tot en met 271a</a>en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/274" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">274 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>zijn van toepassing op de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet en haar statuten worden dienovereenkomstig ingericht.
2. De leden van het bestuur en de meerderheid van de leden van de raad van commissarissen van de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet hebben direct noch indirect binding met een rechtspersoon die de productie, aankoop of levering van gas of elektriciteit verricht of met een aandeelhouder van die rechtspersoon.
3. Indien de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet een afhankelijke maatschappij is in de zin van <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/152" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 152</a>of <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/262" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 262 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>is het eerste lid niet van toepassing.
4. In het in het derde lid bedoelde geval:
a. voldoet een rechtspersoon waarvan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een afhankelijke maatschappij is aan de in het eerste tot en met derde lid genoemde eisen;
b. beschikt de raad van commissarissen van de rechtspersoon, bedoeld in onderdeel a, waarvan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een afhankelijke maatschappij is over de bevoegdheden tot goedkeuring van de besluiten van het bestuur van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, bedoeld in artikel 164, eerste lid, of artikel 274, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2. De leden van het bestuur en de meerderheid van de leden van de raad van commissarissen van de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet hebben direct noch indirect binding met een rechtspersoon die de productie, aankoop of levering van gas of elektriciteit verricht of met een aandeelhouder van die rechtspersoon.
3. Indien de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet een afhankelijke maatschappij is in de zin van <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/152" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 152</a>of <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/262" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 262 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>is het eerste lid niet van toepassing.
4. In het in het derde lid bedoelde geval:
a. voldoet een rechtspersoon waarvan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een afhankelijke maatschappij is aan de in het eerste tot en met derde lid genoemde eisen;
b. beschikt de raad van commissarissen van de rechtspersoon, bedoeld in onderdeel a, waarvan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een afhankelijke maatschappij is over de bevoegdheden tot goedkeuring van de besluiten van het bestuur van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, bedoeld in artikel 164, eerste lid, of artikel 274, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.