BWBR0009749
Geldig vanaf 1998-08-01
Artikel IA
Wijzigingswet Wet educatie en beroepsonderwijs (Regeling decentralisatie wachtgelduitgaven bve)
1. Tot het tijdstip waarop de algemene maatregelen van bestuur op grond van de artikelen 2.2.1en 2.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijsin werking treden, wordt binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, jaarlijks de toevoeging aan de rijksbijdrage en de vermindering van de rijksbijdrage in verband met de kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel als bedoeld in de artikelen 2.2.1, derde lid, onder i, respectievelijk vijfde lid, 2.2.12, en 2.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijsvastgesteld bij ministeriële regeling.
2. Een in het eerste lid bedoelde ministeriële regeling wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De regeling treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die regeling geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
2. Een in het eerste lid bedoelde ministeriële regeling wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De regeling treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die regeling geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.