BWBR0009743
Geldig vanaf 1999-02-05
Artikel 2
Beheersbesluit KABGNA/KABGA 1998
1. De minister van Binnenlandse Zaken benoemt, schorst en ontslaat de directeur KABGNA en de directeur KABGA in overeenstemming met de Gouverneur.
2. De directeur KABGNA onderscheidenlijk de directeur KABGA is bevoegd om namens de minister van Binnenlandse Zaken bevoegdheden op personeelsgebied, zoals deze zijn vermeld in de bijlage 1, uit te oefenen ten aanzien van de personeelsleden werkzaam bij KABGNA onderscheidenlijk KABGA.
3. De uitoefening van de in bijlage 1genoemde bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de algemene en bijzondere voor de rijksdienst vastgestelde regels, nadere regels voor lokale arbeidskrachten, nadere regels voor zogenoemde uitgezonden personeelsleden en rekening houdend met de bijzondere staatsrechtelijke positie van KABGNA onderscheidenlijk KABGA.
4. De directeur KABGNA onderscheidenlijk KABGA kan een beroep doen op het hoofd van de sectie Personele aangelegenheden en uitzendingen van het DG CZ&K voor advies en bijstand ten aanzien van de uitvoering van de in bijlage 1genoemde bevoegdheden.
5. De directeur PZ is belast met het toezicht op de naleving van het in dit artikel bepaalde.
2. De directeur KABGNA onderscheidenlijk de directeur KABGA is bevoegd om namens de minister van Binnenlandse Zaken bevoegdheden op personeelsgebied, zoals deze zijn vermeld in de bijlage 1, uit te oefenen ten aanzien van de personeelsleden werkzaam bij KABGNA onderscheidenlijk KABGA.
3. De uitoefening van de in bijlage 1genoemde bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de algemene en bijzondere voor de rijksdienst vastgestelde regels, nadere regels voor lokale arbeidskrachten, nadere regels voor zogenoemde uitgezonden personeelsleden en rekening houdend met de bijzondere staatsrechtelijke positie van KABGNA onderscheidenlijk KABGA.
4. De directeur KABGNA onderscheidenlijk KABGA kan een beroep doen op het hoofd van de sectie Personele aangelegenheden en uitzendingen van het DG CZ&K voor advies en bijstand ten aanzien van de uitvoering van de in bijlage 1genoemde bevoegdheden.
5. De directeur PZ is belast met het toezicht op de naleving van het in dit artikel bepaalde.