BWBR0009734
Geldig vanaf 1998-09-30
Artikel 7
Uitvoeringsbesluit inburgering nieuwkomers
1. Het college van burgemeester en wethouders registreert van de nieuwkomer de voortgang voor elke van de onderdelen van het inburgeringsprogramma. De voortgang bij het deelnemen aan het educatieve programma wordt slechts vastgesteld in overeenstemming met een instelling.
2. Het college van burgemeester en wethouders registreert de voortgang van de nieuwkomer in relatie tot het eveneens door dat college te registreren doel en de inhoud van het inburgeringsprogramma, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdelen b en c, van de wet.
3. De registratie omvat in elk geval:
a. het individueel trajectplan, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet waarin wordt vastgelegd: 1°. het tijdens het inburgeringsonderzoek vastgestelde niveau van kennis, inzicht en vaardigheden van de nieuwkomer,
2°. het met het inburgeringsprogramma te bereiken einddoel, en,
3°. een regeling van tussentijdse evaluatiegesprekken met de nieuwkomer;
1°. het tijdens het inburgeringsonderzoek vastgestelde niveau van kennis, inzicht en vaardigheden van de nieuwkomer,
2°. het met het inburgeringsprogramma te bereiken einddoel, en,
3°. een regeling van tussentijdse evaluatiegesprekken met de nieuwkomer;
b. het resultaat, de intensiteit en de duur van het educatieve programma, vastgesteld ingevolge artikel 6, tweede lid, van de wet;
c. de wijze waarop en de frequentie waarmee de maatschappelijke begeleiding, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de wet plaatsvindt;
d. voor zover de nieuwkomer daarvoor in aanmerking komt, het doel van de doorgeleiding, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de wet en het resultaat hiervan, in relatie tot het doel;
e. de uitkomsten van de evaluatiegesprekken, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet;
f. het advies, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet;
g. de datum van ontvangst door het college van burgemeester en wethouders van het afschrift van de verklaring alsmede de datum van afgifte aan de nieuwkomer van de verklaring, bedoeld in artikel 7.4.15 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; en
h. de datum waarop het certificaat, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de wet, is uitgereikt aan de nieuwkomer.
4. Voorzover de nieuwkomer als werkzoekende is geregistreerd en de in die registratie opgenomen gegevens de kennis van, de toegang tot en de doorstroming naar de arbeidsmarkt betreffen, verstrekt de Arbeidsvoorzieningsorganisatie aan het college van burgemeester en wethouders die gegevens met betrekking tot:
a. het doel van het inburgeringsprogramma, bedoeld in het tweede lid;
b. de doorgeleiding, bedoeld in het derde lid, onderdeel d;
c. het advies, bedoeld in het derde lid, onderdeel f; en
d. de uitkomsten van de evaluatiegesprekken, bedoeld in het derde lid, onderdeel e.
5. Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van de registratie nog andere gegevens worden genoemd, dan de gegevens bedoeld in het derde lid.
2. Het college van burgemeester en wethouders registreert de voortgang van de nieuwkomer in relatie tot het eveneens door dat college te registreren doel en de inhoud van het inburgeringsprogramma, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdelen b en c, van de wet.
3. De registratie omvat in elk geval:
a. het individueel trajectplan, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet waarin wordt vastgelegd: 1°. het tijdens het inburgeringsonderzoek vastgestelde niveau van kennis, inzicht en vaardigheden van de nieuwkomer,
2°. het met het inburgeringsprogramma te bereiken einddoel, en,
3°. een regeling van tussentijdse evaluatiegesprekken met de nieuwkomer;
1°. het tijdens het inburgeringsonderzoek vastgestelde niveau van kennis, inzicht en vaardigheden van de nieuwkomer,
2°. het met het inburgeringsprogramma te bereiken einddoel, en,
3°. een regeling van tussentijdse evaluatiegesprekken met de nieuwkomer;
b. het resultaat, de intensiteit en de duur van het educatieve programma, vastgesteld ingevolge artikel 6, tweede lid, van de wet;
c. de wijze waarop en de frequentie waarmee de maatschappelijke begeleiding, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de wet plaatsvindt;
d. voor zover de nieuwkomer daarvoor in aanmerking komt, het doel van de doorgeleiding, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de wet en het resultaat hiervan, in relatie tot het doel;
e. de uitkomsten van de evaluatiegesprekken, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet;
f. het advies, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet;
g. de datum van ontvangst door het college van burgemeester en wethouders van het afschrift van de verklaring alsmede de datum van afgifte aan de nieuwkomer van de verklaring, bedoeld in artikel 7.4.15 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; en
h. de datum waarop het certificaat, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de wet, is uitgereikt aan de nieuwkomer.
4. Voorzover de nieuwkomer als werkzoekende is geregistreerd en de in die registratie opgenomen gegevens de kennis van, de toegang tot en de doorstroming naar de arbeidsmarkt betreffen, verstrekt de Arbeidsvoorzieningsorganisatie aan het college van burgemeester en wethouders die gegevens met betrekking tot:
a. het doel van het inburgeringsprogramma, bedoeld in het tweede lid;
b. de doorgeleiding, bedoeld in het derde lid, onderdeel d;
c. het advies, bedoeld in het derde lid, onderdeel f; en
d. de uitkomsten van de evaluatiegesprekken, bedoeld in het derde lid, onderdeel e.
5. Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van de registratie nog andere gegevens worden genoemd, dan de gegevens bedoeld in het derde lid.