BWBR0009728
Geldig vanaf 1998-07-01
Artikel 2
Besluit tekenbevoegdheid van de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken 1998
1. Tekenbevoegdheid bezitten:
a. de secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken;
b. de directeur-generaal voor Constitutionele Zaken & Koninkrijksrelaties;
c. de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving van het DGCZ&K;
d. de directeur Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van het DGCZ&K;
e. de Permanente Vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba;
f. het hoofd van de Afdeling Coördinatie Europese en Internationale Zaken van het DGCZ&K;
g. het hoofd van de Stafafdeling Beheer van het DGCZ&K;
h. de coördinator van beleidsveld IV van de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het DGCZ&K;
i. de juridisch adviseur van de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het DGCZ&K;
j. de coördinatoren van de beleidsvelden I en II en het hoofd van de Afdeling Projectbeheer van de directie Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van het DGCZ&K;
k. de hoofden van de secties Kennismanagementondersteuning, Financiën en Personeelsondersteuning en Uitzendingen van de Stafafdeling Beheer van het DGCZ&K;
l. het hoofd van de Vestiging Sint Maarten van de Permanente Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regering van de Nederlandse Antillen.
2. Bij verhindering van een der in het vorige lid genoemde functionarissen heeft diens plaatsvervanger tekenbevoegdheid.
a. de secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken;
b. de directeur-generaal voor Constitutionele Zaken & Koninkrijksrelaties;
c. de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving van het DGCZ&K;
d. de directeur Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van het DGCZ&K;
e. de Permanente Vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba;
f. het hoofd van de Afdeling Coördinatie Europese en Internationale Zaken van het DGCZ&K;
g. het hoofd van de Stafafdeling Beheer van het DGCZ&K;
h. de coördinator van beleidsveld IV van de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het DGCZ&K;
i. de juridisch adviseur van de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het DGCZ&K;
j. de coördinatoren van de beleidsvelden I en II en het hoofd van de Afdeling Projectbeheer van de directie Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van het DGCZ&K;
k. de hoofden van de secties Kennismanagementondersteuning, Financiën en Personeelsondersteuning en Uitzendingen van de Stafafdeling Beheer van het DGCZ&K;
l. het hoofd van de Vestiging Sint Maarten van de Permanente Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regering van de Nederlandse Antillen.
2. Bij verhindering van een der in het vorige lid genoemde functionarissen heeft diens plaatsvervanger tekenbevoegdheid.